Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft

beginpagina | archief nieuwsbrieven | plannen en commentaar op plannen | TU Noord

Brief aan VROM-Inspectie Regio Zuid-West over het ontsporen van de Delftse Ruimtelijke Ordening

Delft, 24 augustus 2007

VROM-Inspectie Regio Zuid-West
Postbus 29036, 3001 GA Rotterdam

Geachte inspectie,

Enige tijd geleden namen we via uw website kennis van verschillende beoordelingen, die u als inspectie over de omgang van gemeenten met de ruimtelijke ordening en de procedures hebt gepubliceerd. Ik bepaal me hier tot het Delftse geval.

De reden om de beoordeling van de Delftse stadsontwikkeling bij u aan de orde te stellen is dat bij de explosie van bouwprojecten die we in hier zien, de ruimtelijke onderbouwing mager is of zelfs geheel ontbreekt. De documenten die onder titels als bestemmingsplan, ontwikkelingsplan, vrijstelling en gebiedsvisies naar buiten worden gebracht bevatten de vereiste "ruimtelijke onderbouwing" steevast niet of vrijwel niet. Het gaat vrijwel steeds alleen om projectbeschrijvingen en niet om een analyse en inkadering in de gemeentelijke visie zoals bijvoorbeeld te vinden is in de Ontwikkelingsvisie Delft 2025. Ook de relatie met streekplan en rijksbeleid is in de Delftse plannen spaarzaam aanwezig, meestal met een formulering in de geest van dat "die plannen een te hoog abstractieniveau hebben om relevant te kunnen zijn". De gemeente Delft rommelt dus maar wat en is volgzaam genoeg om elke investeerder te gerieven met vrijstelling en bouwvergunning.

Nu sinds enige tijd de toch al opmerkelijke eenheid in het algemeen bestuur van de gemeente doorbroken is en besluiten aangaande ontwikkelingsplannen, bestemmingsplannen e.d. steeds met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen worden (voor zover ons bekend in de gemeentelijke bestuurlijke tradities een ongewoon verschijnsel), lijkt het moment gekomen om de toetsing van de Delftse planning ook eens inhoudelijk tegen het licht te houden. Met name de toetsing van de Delftse verdichting aan de richtlijnen uit de nota Ruimte en het Beleidskader ISV zou naar ons gevoelen wel eens kunnen uitwijzen dat een stad als Delft, een stad met een welhaast volkomen gebrek aan interessante landschappen in de omgeving, niet verder behoort te gaan met die verdichting en niet alleen op papier werk dient te maken van meer groen en schonere lucht. Het is o.i. opvallend dat een stad, waarvan al in 1998 werd vastgesteld dat het een compacte stad is, zoveel meer verdicht dan steden die ruimer zijn opgezet. Dat is bijvoorbeeld eenvoudig af te leiden uit de bedragen die Delft weet te putten uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing, nl. in verhouding veel meer dan gemeenten waar de compactheid aanzienlijk minder is. Het besturen van Delft is mede daardoor verworden tot een jacht op ISV-gelden en het samenspannen met investeerders, waarop het democratisch proces zicht en greep kwijt is. Stedenbouwkundigen worden in Delft weliswaar opgeleid, in de stad zelf is daarvan geen spoor meer te zien. Dat bij de ingezette stadsontwikkeling de huishoudens die meer te verteren hebben en die men zo graag naar Delft wil halen, eerder uit de stad vluchten dan er zich vestigen, is een effect dat men in de blinde woede om de stad boven de honderdduizend inwoners te tillen, licht vergeet.

De toetsing van uw inspectie zou zich wat ons betreft niet moeten beperken tot het administratief controleren van RO-procedures - zoals in de rapportage Onderzoek VROM regelgeving gemeente Delft -, maar zou zich moeten uitstrekken tot de samenhang met het (s0-called) gemeentelijk beleid en regionaal beleid. Ook een document als het coalitieaccoord van de Delftse collegepartijen is een relevante referentie, waarin verklaard werd dat binnenstedelijk bouwen slechts mogelijk zou zijn onder voorwaarde van nieuw stedelijk groen maar waaraan geenszins invulling wordt gegeven. (Het is eerder bon ton het groen al af te breken nog voordat er maar een vrijstelling of bouwvergunning in zicht is).

Omdat het machtskarakter van de lokale politiek zo overheersend geworden is en ten koste gaat van de kwaliteit van de stadsplanning, kan ook dit o.i. een punt van zorg zijn voor de VROM-inspectie. Het beleidskader ISV geeft daartoe o.i voldoende aanknopingspunten, o.a. met de opdracht dat in de steden meer groen moet komen maar aan welke eis gemeentebestuurders zich veelal wensen en weten te onttrekken.

Ook stadsgewest en provincie bieden o.i. geen nuttig tegenwicht om lokale stadsplanning in balans te houden. Bouwplannen, verklaringen van geen bezwaar en wat dies meer zij, worden in vooroverlegfasen bedisseld waarbij een onafhankelijk tegengeluid en wezenlijke lokale gebiedskennis niet aan bod komen.

Vertrouwend nader van u te vernemen, tekent

Met vriendelijke groeten,

 

Jacques Schievink

Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft