Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft beginpagina
| archief
nieuwsbrieven |
plannen
en commentaar op plannen
| TU
Noord Delft, 24 augustus
2007 Geachte
inspectie, Enige tijd geleden namen we
via uw website kennis van verschillende beoordelingen, die u
als inspectie over de omgang van gemeenten met de
ruimtelijke ordening en de procedures hebt gepubliceerd. Ik
bepaal me hier tot het Delftse geval. De reden om de beoordeling
van de Delftse stadsontwikkeling bij u aan de orde te
stellen is dat bij de explosie van bouwprojecten die we in
hier zien, de ruimtelijke onderbouwing mager is of zelfs
geheel ontbreekt. De documenten die onder titels als
bestemmingsplan, ontwikkelingsplan, vrijstelling en
gebiedsvisies naar buiten worden gebracht bevatten de
vereiste "ruimtelijke onderbouwing" steevast niet of vrijwel
niet. Het gaat vrijwel steeds alleen om
projectbeschrijvingen en niet om een analyse en inkadering
in de gemeentelijke visie zoals bijvoorbeeld te vinden is in
de Ontwikkelingsvisie Delft 2025. Ook de relatie met
streekplan en rijksbeleid is in de Delftse plannen spaarzaam
aanwezig, meestal met een formulering in de geest van dat
"die plannen een te hoog abstractieniveau hebben om relevant
te kunnen zijn". De gemeente Delft rommelt dus maar wat en
is volgzaam genoeg om elke investeerder te gerieven met
vrijstelling en bouwvergunning. Nu sinds enige tijd de toch
al opmerkelijke eenheid in het algemeen bestuur van de
gemeente doorbroken is en besluiten aangaande
ontwikkelingsplannen, bestemmingsplannen e.d. steeds met de
kleinst mogelijke meerderheid aangenomen worden (voor zover
ons bekend in de gemeentelijke bestuurlijke tradities een
ongewoon verschijnsel), lijkt het moment gekomen om de
toetsing van de Delftse planning ook eens inhoudelijk tegen
het licht te houden. Met name de toetsing van de Delftse
verdichting aan de richtlijnen uit de nota Ruimte en het
Beleidskader ISV zou naar ons gevoelen wel eens kunnen
uitwijzen dat een stad als Delft, een stad met een welhaast
volkomen gebrek aan interessante landschappen in de
omgeving, niet verder behoort te gaan met die verdichting en
niet alleen op papier werk dient te maken van meer groen en
schonere lucht. Het is o.i. opvallend dat een stad, waarvan
al in 1998 werd vastgesteld dat het een compacte stad is,
zoveel meer verdicht dan steden die ruimer zijn opgezet. Dat
is bijvoorbeeld eenvoudig af te leiden uit de bedragen die
Delft weet te putten uit het Investeringsbudget Stedelijke
Vernieuwing, nl. in verhouding veel meer dan gemeenten waar
de compactheid aanzienlijk minder is. Het besturen van Delft
is mede daardoor verworden tot een jacht op ISV-gelden en
het samenspannen met investeerders, waarop het democratisch
proces zicht en greep kwijt is. Stedenbouwkundigen worden in
Delft weliswaar opgeleid, in de stad zelf is daarvan geen
spoor meer te zien. Dat bij de ingezette stadsontwikkeling
de huishoudens die meer te verteren hebben en die men zo
graag naar Delft wil halen, eerder uit de stad vluchten dan
er zich vestigen, is een effect dat men in de blinde woede
om de stad boven de honderdduizend inwoners te tillen, licht
vergeet. De toetsing van uw inspectie
zou zich wat ons betreft niet moeten beperken tot het
administratief controleren van RO-procedures - zoals in de
rapportage Onderzoek VROM regelgeving gemeente Delft -, maar
zou zich moeten uitstrekken tot de samenhang met het
(s0-called) gemeentelijk beleid en regionaal beleid. Ook een
document als het coalitieaccoord van de Delftse
collegepartijen is een relevante referentie, waarin
verklaard werd dat binnenstedelijk bouwen slechts mogelijk
zou zijn onder voorwaarde van nieuw stedelijk groen maar
waaraan geenszins invulling wordt gegeven. (Het is eerder
bon ton het groen al af te breken nog voordat er maar een
vrijstelling of bouwvergunning in zicht is). Omdat het machtskarakter van
de lokale politiek zo overheersend geworden is en ten koste
gaat van de kwaliteit van de stadsplanning, kan ook dit o.i.
een punt van zorg zijn voor de VROM-inspectie. Het
beleidskader ISV geeft daartoe o.i voldoende
aanknopingspunten, o.a. met de opdracht dat in de steden
meer groen moet komen maar aan welke eis gemeentebestuurders
zich veelal wensen en weten te onttrekken. Ook stadsgewest en provincie
bieden o.i. geen nuttig tegenwicht om lokale stadsplanning
in balans te houden. Bouwplannen, verklaringen van geen
bezwaar en wat dies meer zij, worden in vooroverlegfasen
bedisseld waarbij een onafhankelijk tegengeluid en
wezenlijke lokale gebiedskennis niet aan bod
komen. Vertrouwend nader van u te
vernemen, tekent Met vriendelijke
groeten, Jacques Schievink Initiatiefgroep Natuurbeheer
in Delft
Brief aan
VROM-Inspectie Regio
Zuid-West over het ontsporen van de Delftse Ruimtelijke
Ordening
VROM-Inspectie
Regio Zuid-West
Postbus 29036, 3001 GA Rotterdam