x |
|
|
Greep uit de inhoud:
x |
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft samenwerking
van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN,
Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en
Werkgroep Groenbeheer Nootdorp |
A. Gemeente Delft | B. Hoogheemraadschap van Delfland; waterhuishouding | C. Planologie, streekzaken | D. Technische Universiteit Delft | Losse berichten
De aangevraagde
kapvergunning voor 89 bomen in de Wallertuin heeft voor veel
- te veel - opwinding gezorgd. In alle opwinding werd aan de
ene kant de natuurwaarde van de tuin opgeblazen; de
erkenning dat de tuin al een jaar of tien achteruitgaat kwam
men bij die opgewonden stemmen niet tegen. En aan de andere
kant werd over het hoofd gezien dat het voor het bereiken
van een goed resultaat (d.i. natuurherstel zoveel mogelijk
aansluitend bij de verschillende vegetatietypen die in de
tuin aanwezig zijn) het niet erg dienstig is geweest de
aanvrager/eigenaar zozeer te tergen dat een verstandig
compromis niet meer mogelijk lijkt. Of ook de gemeente
verstandig heeft geopereerd valt te bezien. De
bomenverordening biedt o.i. wel degelijk mogelijkheden om
het bestaande bomenbestand zoveel mogelijk te sparen. Maar
het is ook waar dat de bomenverordening absoluut geen
adequaat instrument is om een bij de sfeer en vegetatietypen
van de tuin aansluitend natuurbeheer af te dwingen. De
eigenaar kan immers zelfs bij handhaving van het bestaande
bomenbestand het dode hout opruimen, de vijver er net zo
laten uitzien als een vijver in een Delfts stadspark, de
bramenstruwelen geheel opruimen, etc., m.a.w. er een
aangeharkt parkje van maken dat zich ook in uiterlijke
verschijning niet onderscheidt van wat we elders in de stad
hebben. Omdat het beheer van de
gemeente Delft in veel parken en vooral bosplantsoenen
doorgaans van weinig begrip getuigt voor de ecologische
betekenis van zulke gelaagde groenstructuren, joeg het
bericht dat de gemeente Delft de tuin wilde kopen, de schrik
door onze gelederen. Dat zou pas echt het einde van de
Wallertuin betekenen, en zelfs de projectontwikkeling
waarschijnlijk maken zodra een andere coalitie aan het
bewind is. Dat het ook nog eens de pot van de
natuurcompensatie in één beweging leeg zou
maken, zou het onacceptabel maken. Maar de tuin is gelukkig
niet te koop. Meer
... Advies
van de Adviescommissie voor
bezwaarschriften, op
11 juli 2005 uitgebracht aan burgemeester en Wethouders van
Delft. Vleermuisinventarisatie
Wallertuin Op 5 juli 2005
werden vanaf 22.30 een inventarisatie met bat-detectors
gehouden in de Wallertuin te Delft. In totaal werden maar
liefst 14 foeragerende gewone dwergvleermuizen (Pipistrellus
pipistrellus) aangetroffen. Bij de ingang werd nog een
exemplaar net buiten het gebied gehoord. De meeste
exemplaren foerageerden tussen het gebladerte op grotere
hoogte tussen de bomen. Er bestaat een duidelijke voorkeur
voor de open delen tussen de bladeren. De meeste vleermuizen
waren al vroeg in het terrein aanwezig. Vermoedelijk vliegt
een deel van de kolonie langs de Tweemolentjesvaart direct
naar de Wallertuin om er te foerageren. De boombewonende
ruige dwergvleermuis werd nog niet aangetroffen. Meestal
verschijnt deze soort in de loop van augustus in het gebied.
Eind augustus of begin september zal het gebied nogmaals
worden geinventariseerd om het aantal ruige dwergvleermuizen
(Pipistrellus nathusii) en de eventuele verblijfplaatsen in
kaart te brengen. Namens de
Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland, K. Mostert | R.
v/d Kuil | A. Meurs | G. Achterkamp | B. Noort
Aanpak van oevers. Het programma van de herinrichting van oevers wordt inmiddels, na de teleurstellende voortgang in de eerste fase, bepaald door de tweede fase van het waterplan Delft, waarvoor de gemeentelijke waterstructuurvisie de prioriteiten heeft aangedragen. Zoals ook in de stadskrant van 29 mei werd gepubliceerd, bestaat het programma o.a. uit de herinrichting van oevers aan de Chr. Huijgenslaan (naast de TU-bibliotheek), Kuiperweg, Polderpad, Hof van Delftpark en Bachsingel. Voor het uitvoerige programma voor Tanthof-west verwijzen we naar nieuwsbrief 39.
Waterplan Delft (tweede fase). In het Waterplan Delft (zie de stadskrant van 29 mei 2005), een tweede uitvoeringsplan en vervolg op het oorspronkelijke waterplam uit 2000, speelt de Delftse "waterstructuurvisie" een grote rol. In dat visiestuk is het bergingstekort van de Delftse wijken in kaart gebracht en worden ook riolering en grondwater behandeld.. Op het uitvoeringsprograama kan men tot 4 juli een zienswijze indienen. Wij komen er in de volgende nieuwsbrief op terug.
De miskenning van de waarde van bosplantsoenen komt weer eens op de proppen in het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maerten Trompstraat. Hoewel de te beschermen strook - de strook dus náást de laanbomen - in het ontwikkelingsplan de groene kleur heeft gekregen, wil men toch de hoofdzakelijk spontaan gevestigde veldesdoorns kappen. Zowel in de reactie op onze bezwaren naar aanleiding van de aangevraagde kapvergunning, als die in het commentaar op het ontwikkelingsplan, wordt op de bezwaren doodleuk voorbijgegaan.
Nu de gemeente het plan niet beter wil inpassen om het bosplantsoen aan de Maerten Trompstraat te sparen (en deels te herstellen want het gemeentelijk beheer heeft belangrijke waarden in het plantsoen vernietigd) keren wij ons tegen het Ontwikkelinsplan en dus ook tegen het bestemmingsplan dat nog moet volgen. De kritische inspraak van de buurtbewoners, die overigens meer over de bouwhoogte en verkeerscirculatie ging dan over de natuur, leidde tijdens de commissievergadering tot het besluit om het Ontwikkelingsplan tot na de zomer aan te houden. Maar we betwijfelen zeer of dat tot het gewenste resultaat leidt. Meer ...
Behoud en beheer van gevarieerde bosplantsoenen laat al een jaar of 20 te wensen over, en niet alleen in Delft. Ontwerpers en beheerders hebben er maar een hekel aan. Het breekt de "zichtlijnen", of het is te veel werk, of het is onveilig. Inderdaad, bosplantsoenen zijn niet veilig voor zulk beleid. Henk Tetteroo (signaleerde in de gemeente Schipluiden ook al zulke vernielzucht:
BOMENKAP - Waarom?Triest en verontrustend. Dat zijn enkele van de woorden die bij me bovenkomen als ik zie hoeveel bomen en struiken er de afgelopen tijd zijn gesneuveld inde buurt van Den Hoorn 1. Langs de Kapellaan, aan de zuidrand van Den Hoorn vlakbij het begin van de Tanthofkade, lagen mooie bosjes. Ongeveer een jaar geleden zijn deze opgeruimd. 2. Langs de Hoornsekade (van Den Hoorn naar Delft) moet een "intieme" woonwijk gaan verrijzen. Daarvoor is eeen aardig weiland inmiddels herschapen in een zandwoestijn. Aan de rand ervan, langs de Westlandse Weg, hebben tientallen bomen intussen het loodje gelegd. 3. Een maand geleden vernielde de: Provincie Zuid-Holland meer dan honderd bomen langs de Woudseweg tussen de A4 en 't Woudt. Een paar jaar terug waren hier ook al mooie bosjes gesloopt. De reden die de provincie hiervoor opgeeft is m.i. volstrekt ondeugdelijk. Wie nu over de Woudseweg naar 't Woudt fietst, ziet een troosteloze kaalheid. Waarom kan dit allemaal gebeuren? Waarom protesteren Hoornaars hier niet tegen? Ik kan niet geloven dat dit iedereen onverschillig laat. Is Midden-Delfland wel een groene gemeente? Henk Tetteroo - Delft |
Wat enkele jaren geleden nog tamelijk onwaarschijnlijk leek is dat DSM-Gist van de diepwateronttrekking (ca 13 miljoen m3 per jaar, ongeveer evenveel als er neerslag valt op het oppervlak van de gemeente Delft) wil toewerken naar de stopzetting van deze koelwaterwinning uit de pleistocene zandlaag..
Op initiatief van van gemeente, waterschap, provincie en Delft Cluster is er een projectgroep geformeerd die een quickscan uitvoert om de gevolgen van deze stopzetting te verkennen. Intussen heeft de projectgroep twee zittingen met een klankbordgroep achter de rug om alternatieven en onderwerpen voor nader onderzoek boven tafel te krijgen. Het gaat dan over veranderingen in de grondwaterstromingen, over de effecten op de draagkracht en spanningen in de bodem, over de (vermindering van) bodemdaling, maar ook bijvoorbeeld over de veranderingen in de stofstromen die in bodem en water zouden kunnen optreden, of zelfs - bij gedeeltelijke voortzetting van de onttrekking - een nuttig gebruik van het opgepompte brakke water. Nutriënten en wellicht ook andere ongewenste stoffen, die decennia lang met een benedenwaartse grondwaterstroming (zijging) in de bodem zijn gezakt, zouden met een bovenwaartse richting van de grondwaterstroming wel eens voor een verheviging van de eutrofiëring kunnen zorgen. Interessant wat dat laatste risico betreft is dat er waarschijnlijk behalve veel fosfaat ook veel ijzer zal opkwellen, uitgerekend het metaal dat fosfaat immobiliseert. De water- en stofbalansen voor diverse (stedelijke) polders komen er anders uit te zien, waardoor het patroon van bemaling en inlaten zal veranderen en mogelijk ook de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water er de invloed van zal ondervinden. Onze inzet bij de discussies in de klankbordgroep was aan de ene kant met zorg te kijken naar de gevolgen van vernatting, verzilting en eutrofiëring, maar toch vooral ook vast te stellen dat voortzetting van de onttrekking een niet-duurzame en erg kunstmatige manier is om de waterhuishouding in het gareel te houden en dat herstel van kwelstromen en dynamiek voor de natuur ook juist kansen biedt.
Het is nog veel te vroeg om op de resultaten van de quickscan en van daarna volgende studies vooruit te lopen, maar wij volgen de verkenningen met grote interesse.
Het commentaar op het Waterbeheersplan Delfland 2006-2009 spitst zich toe op vijf onderwerpen:
In nieuwsbrief 39 uitten wij kritiek op het afblazen van enkele bergingslocaties in het Westland. Het Hoogheemraadschap wijst ons erop dat het niet om al gekozen locaties, maar om zoeklocaties ging. Bijvoorbeeld die in de Groeneveldse Polder, de Oud- en Nieuw Wateringveldsche polder, en die in de Westlandse zoom. Waarvan acte.
We stellen overigens nog maar een keer vast dat, zoals een bericht in de Delftse Courant van 14 juni weer illustreert, dat de bestuurders en tuinders in het Westland nog steeds het vaste voornemen hebben om elke vierkante centimeter te benutten voor glas en zich blijven verzetten tegen open waterbergingen.
Het Waterplan Pijnacker-Nootdorp kan men nauwelijks een plan noemen. Daarvoor is het document te weinig feitelijk en concreet. Waterschap en gemeente gaan in het document wel erg voorzichtig met elkaar om, maar als stap om de samenwerking op gang te brengen en de onwennigheid van de gemeente te overwinnen, valt de vaagheid zeker te billijken. Dat bepaalt dan ook de toon van ons uitgebreide commentaar, ook al vinden we beoordeling dat het watersysteem in grote lijnen "op orde" is veel te optimistisch en missen we een notie van urgentie. We hopen dat na betrekkelijk korte tijd een uitgewerkt uitvoeringsplan tot stand kan komen dat de belangrijke rol van water in deze qua oppervlak grote gemeente meer reliëf geeft.
In een reactie op het bestemminsplan Groenzone verwijzen we in de eerste plaats naar de veel te smalle ruimte die voor dit deel van de Groenblauwe Slinger is gereserveerd. De provincie had een jaar of tien geleden de mogelijkheid om de zuidwaartse uitbreiding van Pijnacker te beperken en aan de oostkant de uitbreiding van glastuinbouw te verhinderen, maar heeft dat toen niet gedaan, allemaal ten koste van het eigen Groenblauwe Slingerplan. Maar gegeven dit falen van de provinciale ruimtelijke ordening zijn in het bestemmingsplan enkele redelijke oplossingen gevonden voor de waterstructuur en de berging in de Polder van Berkel. Meer ...
De Natuur- en Milieubeschermingsvereniging Pijnacker signaleerde in het ontwerp nog een tekortkoming die het loslaten van de ecologsche ambities fraai illustreert. Bij een tunnel onder de toekomstige N470 als ecologische verbinding projecteert men doodleuk aan de ene kant van de tunnel een geheel andere biotoop dan aan de andere kant, nl. rietland en boomweide. Dat slaat dus nergens op.
De ontwerp beleidsnota Water van de provincie Zuid-Holland (10 punten voor de provinciale agenda) was door zijn verhullend taalgebruik, het goedpraten van het ontwikkelen van bouwlokaties op ongeschikte plaatsen en de weinig directe benadering van de Europese Kaderrichtlijn Water voor ons reden om het document krachtig neer te sabelen. Zie hier voor de volledige reactie.
Het goede nieuws is dat de provincie de scherpe kritiek, die overigens ook van Rijkswaterstaat en van andere betrokkenen kwam, tamelijk zakelijk beantwoordde en de tekst van de beleidsnota op veel punten heeft aangepast. Maar tot een NEE tegen het bouwen van Westergouwe kwam het niet, want in dat bijzondere geval wringt het provinciale bestuur zich in de onmogelijkste bochten om er toch maar mee door te kunnen gaan.
Het Boeren-voor-Natuur proefproject in de Polder van Biesland is nu in afwachting van de beslissing aangaande de "staatssteuntoets". Het is een toets die men bij de Europese Commissie uitvoert om na te gaan of het financieringsmodel (een langlopend fonds waarvan het rendement aan de agrariër(s) ten goede komt) past in de Europese regels, met name op het punt van concurrentieverstoring. We kunnen ons niet voorstellen dat deze toets niet goed afloopt, zeker niet als men bedenkt dat het project in lijn is met het vernieuwde Europese landbouwbeleid dat in 2006 van start gaat.
In de tussentijd houdt men zich vooral bezig met de verdere uitwerking van een monitoringopzet.
De transformatie van de Mekelweg, de winderige centrale as van de TU-weg, tot Mekelpark is zonder twijfel een goed idee. Door de komst van de tramlijn zijn de kansen voor een aangenaam en functioneel verblijfsgebied duidelijk toegenomen. Enigszins bizar is wel dat het TU-bestuur het ontwerp heeft laten maken door Mecanoo, omdat dat bureau als ontwerper van het toenmalige masterplan, gelukkig zorgvuldig opgeborgen in een bureaulade, mordicus tegen de tramlijn over de Mekelweg was.
Bij een eerste kennisneming valt al direct op dat het woord "water" in het parkplan niet valt. Zelfs als het gebied dat voor het park wordt gebruikt, zich niet zou lenen voor nieuw gegraven water, dan nog is het verbijsterend dat het park niet betrokken wordt op de waterpartijen bij de bibliotheek (Chr. Huijgensweg, waar reconstructie van de oevers door de gemeente aanstaande is), gebouw voor Werktuigkunde (Mekelweg 2) en de verschillende waterpartijen bij het gebouw van Bouwkunde. Een beetje ontwerper zou dat op zijn minst als "belevingselement" in het ontwerp opnemen, maar we zouden ook nog wel een stap verder willen gaan door het water actief bij het Mekelpark en het reilen en zeilen van de TU te betrekken. De ontwerpster zou zich overigens kunnen verschuilen achter een door Arcadis opgesteld programma van eisen, waarin ecologie/groen en oppervlaktewater als onderwerp wel voorkomen, maar die zo nietszeggend worden behandeld dat je ze verder wel lijkt te kunnen vergeten.
Bij het beruchte winderige kruispunt bij Elektrotechniek worden schermen gedacht om de onbedaarlijke storm die daar altijd heerst het hoofd te bieden. Al eens gedacht aan beplanting met struiken? Het ontwerp volgt de voortwoekerende mode onder landschapsontwerpers om de struwelen weg te laten. Gras en bomen is wat er dan uitkomt. En guurheid, haasten we ons er aan toe te voegen.
Men kan in die tot verblijfsruimte getransformeerde Mekelweg ook experimenten onderbrengen die iets met studies als die van Civiele Techniek en Bouwkunde te maken hebben en daarmee de belevingswaarde vergroten. In Delft Integraal 99-2 stond nog een artikel over de "TU als proeftuin voor milieu-onderzoek". Kom op, TU, dat kan allemaal veel beter!
Denk aan de mooie hooilandvegetatie bij de burelen van het College van Bestuur. Het zijn maar postzegels, deze mooie plantengemeenschappen aan de Mekelwegvijver, met die prachtige brede orchissen, koekoeksbloemen, ratelaars en kale jonkers. Maar zijn ze behalve een mooie voorplaat van een nummer van Delta ook niet inspirerend voor het Mekelpark?
Onlangs werd een klein deel (circa 7 ha.) van de Polder Schieveen ingericht als voorbeeld hoe een deel van de polder in de toekomst mogelijk zal worden. Dit gebiedje is te vinden aan de Hofweg waar tevens een uitkijkpunt is gecreëerd (met grote zitbank) en waar de fiets kan worden neergezet. Dat de meningen over deze " Andere Natuur" in Schieveen verdeeld zijn blijkt onder meer uit een bord dat is geplaatst in een belendend weiland met de tekst "Geen Boer, geen Natuur, geen Weidevogels".
zondag 10 juli (fietstocht C, Delft-noord-west, Harnaschpolder, Woudsepolder) start om 10.30 u. bij het Wilhelminapark (Colijnlaan bij fietstunneltje).
Uit een recente LLiNK DeNieuwe Omroep - Traditionele katoensoorten in India leveren meer op dan de drie genetisch gewijzigde Monsanto-varianten waarmee in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh is geëxperimenteerd. De Indiase toetsingscommissie liet drie jaar lang kleine boeren nieuwe gensoorten verbouwen en vergeleek de uitkomsten met de oogst van boeren die traditionele katoen verbouwden.
Volgens het Internationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling (IIED) in Londen kostten de transgene katoenzaden vier keer meer dan de traditionele, leverden ze 30% per hectare minder op en vergden ze ook nog eens 12 procent meer aan meststoffen en irrigatie. De grootste troef van genetisch gemanipuleerde organismen - vermindering van het pesticidengebruik - was daarentegen verwaarloosbaar. De Indiase regering heeft nu een unieke beslissing genomen: de gemanipuleerde gewassen mogen niet meer verbouwd worden.
Ook in Brazilië ligt zaadveredelaar Monsanto - die niet lijkt te rusten voordat de verpakking en de streepjescode met het product meegroeien - zwaar onder vuur. Door uitzonderlijke droogte ligt de sojaoogst dit jaar in de provincie Rio Grande do Sul 61% lager dan normaal. En opvallend genoeg worden boeren die clandestien de gemanipuleerde Roudup-Ready-boon van Monsanto hebben gezaaid harder getroffen dan boeren die de traditionele sojaboon verbouwden. Dat scheelt al gauw een kwart.
Monsanto verdedigt zich door te stellen dat de RR-boon niet voor de Braziliaanse markt is ontwikkeld, maar voor buurland Argentinië. Daar deed de boon het aanvankelijk zo goed, dat de zaden tien jaar lang illegaal naar Brazilië zijn gesmokkeld en inmiddels zo'n 80% van het landbouwarsenaal in Rio Grande do Sul bestrijken. Braziliaanse sojaboeren hebben nu naast de droogte nóg een probleem: hoe komen ze weer aan traditioneel zaaigoed.
[de complete lijst van de literatuur waarover de Initiatiefgroep de beschikking heeft staat ook op deze netplek]