Mededelingen periode april-mei 2002
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft
- Nederlandse boer veel verder in omschakeling naar nieuwe inkomstenbronnen dan gedacht (Trouw 12-06-2002)
10-06-2002
Abonneren?
verzoek sturen naar ind@datadelft.com
inrichtingsmodel type
berging functie
combinaties waterkwaliteit peilfluctuatie frequentie 1
bergingsboezem voorraadberging
en seizoensberging recreatie,wonen,
landbouw, nieuwe natuur gebiedseigen 1
m >jaarlijks piekberging boezemwater l,5
m 1-100
jaar 2
inlaatpolder piekberging robuuste
natuur,landbouw boezemwater 1-2,5
m l-l00
jaar noodberging > 100
jaar 3
binnenpolder piekberging landbouw,afhankelijk
van frequentie waterberging polderwater l-l,5
m 1-100
jaar 4
verbrede waterlopen, flexibel peilbeheer voorraadberging
en seizoensberging natuur,
landbouw gebiedseigen 0,6-l,0
m >jaarlijks piekberging 1-100
jaar 5 nieuwe
waterplassen seizoensbergmg recreatie,
wonen,energie-opslag,natuur gebiedseigen l,0
m jaarlijks piekberging recreatie,
wonen, energie- opslag, robuuste natuur boczemwater l,5
m l-l00
jaar 6 nieuwe
moerassen voorraadberging
en seizoensberging natuur,
extensieve landbouw en recreatie gebiedseigen 0,5
m >
jaarlijks piekberging l-l00
jaar 7
Bergingspolders in stadsrand voorraadberging
en seizoensberging wonen,
recreatie, energie natuur stedelijk
water bij afgekoppeld rioolstelsel 0,5
m >
jaarlijks piekberging wonen,
recreatie, energie, robuuste natuur l-l00
jaar
terug
naar begin
tijdschriften,
periodieken, nieuwsbrieven
Tabel. Overzicht innchtingsmodellen voor vasthouden en
bergen van water.(uit H2O 2002/9)
terug
naar begin
[de
complete
literatuurlijst
waarover de Initiatiefgroep de beschikking heeft staat ook
op deze netplek]
terug
naar begin
Literatuuraanwinsten
ind@datadelft.com
Boeren maken vernieuwingsslag
Nederlandse boer veel verder in omschakeling naar nieuwe inkomstenbronnen dan gedacht
Van onze redactie economie
WAGENINGEN - Nederlandse boeren zijn veel progressiever dan gedacht. Maar liefst 40 procent heeft naast de aloude landbouwproductie nieuwe bronnen van inkomsten. Toch lopen de boeren op het gebied van plattelandsvernieuwing achter bij collega's elders in Europa.
Dat blijkt na grootschalig onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. De vernieuwing in de Nederlandse landbouw wordt vooral gedragen door jonge boeren met relatief grote bedrijven. Zij spelen doeltreffend in op de wens van de Europese Unie om het oude subsidiestelsel voor de landbouwproductie geleidelijk om te vormen tot een stelsel dat de vernieuwing van het hele platteland ondersteunt. Zo gaan steeds meer boeren hun producten zelf verwerken en op de markt brengen of richten ze bij hun erf een camping op.
Het is de eerste keer dat wetenschappers nauwgezet in kaart hebben gebracht hoe de vernieuwingen in de landbouw doorwerken en welke boeren erin slagen er inkomsteri uit te genereren. Bij het onderzoek waren Europese universiteiten en een aantal instituten betrokken. Volgens onderzoeksleider Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie aan Wageningen Universiteit, geven de resultaten een bemoedigend beeld van de landbouw in Nederland. Tot onze verrassing loopt de praktijk bij de Nederlandse boeren ver vooruit op het beleid van de overheid. Ga maar na: Het ministerie van landbouw wil het aantal boeren dat een substantieel deel van de inkomsten haalt uit andere activiteiten dan landbouwproductie verdubbelen naar 20 procent, terwijl nu blijkt dat al 40 procent dergelijke nevenactiviteiten heeft."
Dat is goed nieuws voor het platteland, maar slecht nieuws voor de overheid. Volgens Van der Ploeg logenstraffen de feiten definitief het idee dat Den Haag het voortouw neemt als het gaat om plattelandsvernieuwing. "De vernieuwing is er meer 'ondanks' dan 'dankzij' het ministerie van landbouw."
Dat blijkt onder meer uit het feit dat Nederland moeite heeft het tempo van de Europese plattelandsvernieuwing bij te houden. "Naar de oude normen is Nederland een agarische gigant, met een ongekend grote export van landbouwproducten. Maar naar de nieuwe normen -die van de verbreding en de verdieping van de functie van het plattelandzijn andere Europese boeren veel verder gevorderd."
INTERVIEW OP PAGINA 5:
Plattelandsvemieuwing snelt beleid vooruit
Wouter Bax
Het aantal Nederlandse boeren dat méér doet dan voedsel produceren is veel groter dan de overheid dacht. Er komt een. nieuwe generatie boerenbedrijven aan: Solide, robuust en midden in de maatschappij.
Plattelandsvemieuwing
WAGENINGEN - Boeren willen alles bij het oude houden. Ze ergeren zich kapot aan zo'n minister van landbouw die maar loopt te zeuren over vage begrippen als voedselveiligheid en biologische landbouw. Dat beeld komt vaak naar boven bij de moeizame relatie tussen boer en overheid. Maar volgens plattelandssocioloog Jan Douwe van der Ploeg is de realiteit vaak omgekeerd. De boer vernieuwt, de overheid trapt op de rem.
Nou ja, 'de' boer. Niet iedere Nederlandse landbouwer loopt even warm voor de nieuwe wind die waait vanuit Brussel en die het einde van het subsidiestelsel op de landbouwproductie aankondigt. De Nederlandse landbouw is efficiënt, intensief en grootschalig en dat maakt de gang naar plattelandsvernieuwing ogenschijnlijk lastig. Toch valt dat nogal me, zo blijkt onder meer uit een enquete onder 3500 boeren die Van der Ploeg en zijn collega's voor de Europese Commissie hebben uitgevoerd. Hun bevindingen over de Nederlandse landbouw hebben ze vervat in het boek Kleurrijk Platteland dat ze morgen presenteren.
Volgens onderzoeksleider Van der Ploeg geven de resultaten een bemoedigend beeId van de landbouw in Nederland. "Tot onze verrassing loopt de praktijk bij de Nederlandse boeren ver vooruit op het beleid van de overheid. Ga maar na: Het ministerie van landbouw wil het aantal boeren dat een substantieel deel van de inkomsten haalt uit andere activiteiten dan landbouwproductie verdubbelen naar 20 procent, terwijl nu blijkt dat al 40 procent van de boeren dergelijke nevenactiviteiten heeft."
"Een van de opmerkelijke resultaten is dat het in Nederland doorgaans grotere bedrijven zijn die naast het produceren van voedsel andere dingen gaan doen", zegt Van der Ploeg "Ze verwerken hun eigen producten en verkopen die via een eigen winkel, ze wekken energie op met een windmolen op hun erf of ze beginnen een boerencamping. En enorm in opkomst zijn de maneges die boeren beginnen. Dat is een heel goed voorbeeld van plattelandsontwikkeling, omdat het de band tussen de stad en het platteland herstelt. Stadsmensen hebben behoefte aan ruimte en contact met dieren, en boeren gaan daarin voorzien." Een ander kenmerk van de vernieuwende boerenbedrijven is dat ze meestal door jonge, hoogopgeleide boeren worden geleid en dat de initiatieven voor vernieuwing meer dan eens door vrouwen worden genomen. "Dat is bemoedigend", zegt Van der Ploeg, "omdat dit echt een nieuwe generatie boeren oplevert. Met solide, robuuste bedrijven waaraan beduidend meer valt te verdienen dan in de gangbare landbouw en die bovendien goed passen in hun omgeving."
Maar de Nederlands landbouw vaart nu nog voor een groot deel op de export. Loopt de economie dan niet het risico een enorme knauw te krijgen? "Dat geloof ik niet", zegt Van der Ploeg. "Er komen andere activiteiten voor terug. En laten we eerlijk zijn: wat de Nederlandse productie betreft moeten we hoe dan ook een stapje terug. Nu gaat 80 tot 90 procent van de Nederlandse varkens levend of geslacht de grens over. Zo exporteren we voedsel en houden we de problemen hier. De boerer die klagen over de komende veranderingen zijn doorgaans degenen die ooit bekend stonden als de besten. Zij gaven met de meeste toewijding gehoor aan de wens om efficiënter te produceren. Maar ik verzet me ten stelligste tegen de suggestie dat de Nederlandse overheid deze boeren nu met'flinke' maatregelen onderdrukt om in Brussel goede sier te maken. De Nederlandse landbouw is vergeleken met de landbouw elders in Europa het verst doorgeschoten. Het is logisch dat we hier ook scherper beleid nodig hebben om de situatie te corrigeren."
Wat niet wil zeggen dat de Nederlandse overheid zo voortvarend is. "Het ministerie van landbouw is eerder een blok aan het been voor de boeren, een traag ambtelijk instituut dat voortdurend op de rem trapt en weinig anders doet dan wat het altijd deed: de export bevorderen en zeker stellen. Daar hebben ze in een streek als de Gelderse Achterhoek helemaal niks aan. De rem op vernieuwing komt ook tot uitdrukking in het feit dat Nederland en Groot-Brittannië de enige landen in Europa zijn zonder regelingen om jonge boeren op gang te helpen, terwijl die daar al jaren om vragen."
Nederland loopt achter, en dat maakt de EU tot een zegen, vindt Van der Ploeg. "Op Brussel valt ook van alles aan te merken, maar vandaaruit heb je een heel ander perspectief Daar is het helemaal niet logisch dat in Brabant alleen maar varkens worden gehouden en rond Parijs alleen maar graan wordt geteeld. Helaas kunnen boeren vaak nog niet om de eigen nationale overheid heen, maar de EU is een steeds doeltreffender bypass. Voor de landbouw heeft Europa bijzonder goed gewerkt."