bezwaar
kapvergunning - 13
april 2005 | zienswijze
ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat
- 7 maart 2005 brief
aan de raadscommissie Duurzaamheid van 7 januari
2006 Bestrijding
van bouwplannen
(2007) Betreft:
Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maerten
Trompstraat Geacht college, geachte
leden van de gemeenteraad, Tijdens de bijeenkomst van
de raadscommissie duurzaamheid is bij het agendapunt over
het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maerten Trompstraat
weinig aandacht besteed aan onze kritiek in de brief van 7
januari. Diverse raadsleden, die toen volgzaam schenen, zijn
dat in een minder formele omgeving kennelijk een stuk
minder, getuige de ontvangen emails. Het is voor ons aanleiding
om kort aan dagelijks bestuur en raad van de gemeente Delft
te verduidelijken waarom men met het voorliggende
ontwikkelingsplan zo'n daverende vergissing
begaat. Het meest in het oog loopt
de grove manier waarop met de ecologie wordt omgegaan. In
feite wordt de hele stedelijke natuur buiten de ecologische
hoofdstructuur vogelvrij verklaard, want in de Nota Inspraak
wordt de uitgebreide kritiek op het verkeerde beheer en de
betekenis van wijknatuur afgedaan met een ordinair "het
bosplantsoen kan niet beschermd worden omdat het geen deel
uitmaakt van de ecologische hoofdstuctuur". Daar zal men bij
de flora- en faunawet van opkijken! Daarmee wordt het
Ecologieplan 2004-2015 tot een verzameling holle frasen,
niet slechts bedoeld voor een groen imago overigens, maar
het lijkt verdorie wel dat deze dode letters welbewust
worden gehanteerd om hindernissen voor verdere verdichting
van al zeer dichtbewoonde stadsdelen bij voorbaat weg te
nemen. De geuite kritiek op het
ecologiebeleid van dit gemeentebestuur is niet nieuw, al
beweren sommigen anders. Wie de nieuwsbrieven van onze groep
sinds 1998 navlooit (zie
http://www.datadelft.com/~ind/archief_nieuwbrieven.htm),
ziet heel wat incidenten langskomen waarbij de praktijk van
inrichting en beheer van stadsgroen schromelijk
tekortschiet. Misschien viel het niet op door de milde toon
en de genuanceerde alternatieven. Twee betrekkelijk
willekeurige voorbeelden: 1. bij de doorsteek in de
Hertenkamp, verband houdend met de waterbeheersing in de
Polder van Nootdorp, werd een betere en goedkopere
oplossing, aangedragen door het waterschap en onze groep,
door de gemeente Delft geblokkeerd. 2. Een "renovatie" van
het parkje Buitenhof draaide ook al uit op een drastische
vermindering van de natuurwaarden, de waarschuwingen van
onze groep ten spijt. De laatste maanden komen de
tekortkomingen van het ecologiebeleid wel scherper aan het
licht. Zo werden de Delftse burgers in de periode oktober
tot december van 2005 onthaald op een spervuur van grote
kapvergunningaanvragen, waarvan zelfs sommige ambtenaren
zich langzamerhand begonnen af te vragen of de onderbouwing
nog wel deugde &endash; dit alles vrijwel onmiddellijk nadat
de wethouder tijdens een bijeenkomst van het
duurzaamheidsplatform (november 2005) zuchtend liet blijken
niet gelukkig te zijn met de manier waarop de ambtenaren de
aanvragen publiceren. Een ander voorbeeld hiervan
is de tekst van het voorontwerp bestemmingplan TU-Noord, dat
een bedenkelijk gebrek aan analyse paart aan een geheel niet
onderbouwd verdichtingsprogramma. De toef slagroom op deze
slecht smakende taart vormt de overhaaste besluitvorming
over de 2 miljoen Euro van de Ecologiereserve. Niet alleen
behoorden de onderdelen van dit voorstel o.i. in reguliere
budgetten thuis, maar zij verraden ook de misvatting dat de
stedelijke ecologie het moet hebben van allerlei bouwkundige
elementen als gierzwaluwpannen, vleermuizenkelders en
grasdaken (Wordt de rijke habitat voor mussen aan de Maerten
Trompstraat nu gecompenseerd met levering van speciale
dakpannen aan de bewoners?) In feite laat de gemeente met
deze greep uit de natuurreserve zien dat men niet begrijpt
wat ecologiebeleid is (stad van ontbrekende kennis?) en
ontloopt men bovendien de veel minder kostbare maar wel veel
moeilijker bestuurlijke opgave om de ontwerpers en
beheerders nu eindelijk eens te bewegen tot vormen van
inrichting en beheer die in overeenstemming zijn met de
pretenties. Want tot nu toe is het met het Delftse
groenbeleid als met de lichtsnelheid: het is
invariant. Door het Ontwikkelingsplan
los van het bestemmingsplan (zeg maar gerust
verdichtingsplan) TU-Noord te beschouwen, blijft de
wanverhouding die in dit stadsdeel tussen bewoning, groen en
natuur ontstaat, onderbelicht. Zelfs de voorstanders van het
Ontwikkelingsplan zouden wij willen adviseren de beslissing
erover pas te nemen in het kader van de discussie over het
bestemmingsplan, want naar onze smaak maakt het uiteindelijk
in bezwaarprocedures van art.19 wro (wijziging
bestemmingsplan) geen enkele kans. In datzelfde voorontwerp
bestemmingsplan TU-Noord wordt betoogd dat er een tekort is
aan speelgelegenheid in de buurt. Wat ligt er dan meer voor
de hand dan dat op een plek waar kinderen al heel veel jaren
veel plezier beleven, die waarde ook wordt beschermd, ja
wordt uitgebreid? Blijkens een publicatie in de Stadskrant
van 22 januari '05 heeft het gemeentelijk beheer weinig op
met dit soort speelgelegenheid, maar moderne pedagogen
denken daar toch echt anders over. Wij zouden het toejuichen
als voor deze combinatie van natuur en opvoeding een forse
greep in de Ecologiereserve werd gedaan, want dat
flinterdunne bestedingsbesluit laat zich nog heel
gemakkelijk terugdraaien en dan wordt iets met die reserve
gedaan waar het voor bedoeld was. En voor het geval u nog
meer beleidsmatige onderbouwing wenst: de gemeente doet
samen met het IIUE en Habiforum toch mee aan een onderzoek
naar de realisatie van een proeftuin voor een ideale
speelplek? Volgens Habiforum is "Delft zeer geschikt als
locatie voor een proeftuin. Het is een erg compacte stad met
een zeer sterk stedelijk karakter. Dit maakt het vinden van
innovatieve oplossingen voor hoogwaardige openbare ruimte
essentieel, tenminste als de gemeente de stad leefbaar wil
houden", aldus Habiforum. Die proeftuin hoeft niet meer
bedacht en gerealiseerd te worden, die is er al. Wat een
kans! Vertrouwend u van dienst te
zijn geweest, tekent mede namens de Stichting
Commissie Natuur en Milieu Met vriendelijke
groeten, Jacques Schievink Initiatiefgroep Natuurbeheer
in Delft
Betreft:
Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maerten
Trompstraat Geachte
commissieleden, In deze brief dragen wij
argumenten aan tegen het Ontwikkelingsplan
Mijnbouwstraat/Maerten Trompstraat. Het is uit een oogpunt
van ruimtelijke ordening, ecologie en zeker ook financieel
arrangement een bizar plan waar de gemeente Delft zich diep
voor moet schamen. Er is bovendien een goed alternatief
denkbaar, dat veel beter aansluit bij de pretenties van
duurzaamheid waar het gemeentebestuur zo graag mee
geurt. In de discussies over het
Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maaerten Trompstraat en een
daarbij behorende kapvergunning hebben wij in eerste
instantie (maart-april 2005) aandacht gevraagd voor behoud
en herstel van het bosplantsoen aan de Maerten Trompstraat.
Aan die eis kan immers met gemak worden voldaan, en van een
gemeentebestuur dat nog in 2004 een ecologienota vol met
natuurvriendelijk jargon heeft uitgebracht, kan dus worden
verwacht dat hij aan zoiets simpels tegemoet zal komen. Maar
al bij de beantwoording van de kritische commentaren op het
Ontwikkelingsplan en vooral op de bezwaren tegen de
kapvergunning bleek dat er meer aan de hand is. Met een
grimmige natuurvijandige retoriek en niet al te veel
deskundigheid werd elk behoud van natuur van tafel geveegd.
Het meest brutale van de opstelling van de gemeente was nog
wel dat de ambtenaar die verantwoordelijk was voor het
slechte beheer van het bosplantsoen aan de Maerten
Trompstraat, werd opgevoerd als "onafhankelijk" adviseur
voor een verantwoorde beoordeling. Het Ontwikkelingsplan dat
opnieuw aan de gemeenteraad wordt voorgelegd, bevat met nog
verdere verslechteringen (nog veel meer parkeerplaatsen
bijvoorbeeld) voor de natuur en de wijkbewoners. Door met
alle geweld het Ontwikkelingsplan los van het
bestemmingsplan (zeg maar gerust verdichtingsplan) TU-Noord
te beschouwen, blijft de wanverhouding die in dit stadsdeel
tussen bewoning, groen en natuur ontstaat, onderbelicht. Dus
kan ons commentaar niet anders zijn dan: het gehele plan
moet van tafel. Zowel in de verdediging van
de kapvergunning als in de Nota Inspraak wordt opgemerkt dat
het bosplantsoen niet beschermd kan worden omdat het geen
deel uitmaakt van de ecologische hoofdstuctuur. Dit doet denken aan een
verschijnsel dat zich ook voordeed na de vaststelling van
het Nationaal Natuurbeleidsplan van 1990, waarin een aanzet
werd gegeven tot de nationale ecologische hoofdstuctuur
(EHS). Gebieden buiten de EHS kregen al gauw de naam "witte
gebieden", een zeer geëigende naam want in die gebieden
zou men vrijelijk zijn gang kunnen gaan, niet gehinderd door
andere levende wezens dan mensen. Die interpretatie van de
EHS werd echter al gauw verlaten, want men zag wel in dat
een hoofdstructuur zonder neven- en substructuren niets
waard zou zijn. De gemeente Delft moet kennelijk nog door
dit leerproces heen. Het kappen van bomen aan het
Zuidplantsoen, wél deel uitmakend van de locale EHS
en ook al voor een onverantwoord bouwplan, laat verder
overtuigend zien dat het wel of niet deel uitmaken van de
EHS voor het gemeentebestuur absoluut niet uitmaakt. Dat
bleek rond 2000 al bij het "renovatieplan" voor het parkje
Buitenhof, dat blijkens onderzoek van de KNNV sindsdien
sterk verlaagde natuurwaarden kent. En verder is er de
laatste maanden een ware hausse in kapvergunningaanvragen,
die ons op de vraag brengt of er ergens in een
vertrouwelijke gemeentelijke nota staat dat er elke week in
de stad minstens 100 bomen moeten sneuvelen, en dan liefst
de grote en de oude. En dat buiten de
ontgroeningstijd! Minstens zo relevant is
verder dat de Delftse EHS nog maar een papieren
natuurstructuur is. Goed ontwikkelde bosplantsoenen zijn in
de bebouwde kom van Delft een grote zeldzaamheid geworden -
die worden al sinds eind jaren '80 gesloopt - en men kan dan
ook veilig stellen dat het groen aan de Maerten Trompstraat
de natuurwaarden van het overgrote deel van de Delftse EHS
in de schaduw stelt. Zoals we al eerder aan u
schreven is de waarde van het gemeentelijke deel van het
bosplantsoen (aan de straatkant van het hek) in een reeks
van jaren verminderd. Tussen 2000 en 2003 was de gemeente er
met motorzagen druk in de weer om de struiklaag "terug te
zetten", soms wel 5 keer per jaar; de meidoorns en ligusters
zijn als gevolg van dit sloopwerk geheel verdwenen. Op de
hele affaire terugkijkend moeten we nu veronderstellen dat
deze destructie niet het gevolg is van de spreekwoordelijke
knulligheid in het gemeentelijk groenbeheer, maar doelbewust
heeft plaatsgevonden. Het spat immers van de tekst van het
Ontwikkelingsplan en van de verdediging in de Nota Inspraak
af, dat de gemeente jarenlang heeft zitten wachten op een
kans om eindelijk het schoolterrein te "ontwikkelen". Men
heeft het dus achteraf bekeken "preventief geruimd".
Een "lege" plek in de stad
is voor gemeentebestuurders, stedenbouwkundigen e.d. wel
vaker onverdraaglijk, a. omdat je "er zoveel meer mee kunt
doen", en b. omdat ze zich niet kunnen voorstellen dat wat
"leeg" lijkt vol zit met organismen die helaas gemeen hebben
dat er geen vastgoedhandel in zit. Het groen aan de
schoolpleinkant van het hek heeft zich in 24 jaar ongestoord
kunnen ontwikkelen tot een natuurrijke plek. Onder de linden
en op de open plekken heeft zich een ruigte met
wilgenopslag, koekoeksbloemen, wilgeroosjes (Chamerion) en
tamelijk veel grassoorten ontwikkeld, die botanisch
gesproken niet uniek (al is dat weer wel het geval omdat het
type in Delft verder nagenoeg afwezig is), maar vooral voor
de fauna van groot belang is. Het gebiedje mag dan geen deel
zijn van de gemeentelijke EHS, de vele zangvogels als
putters, sijsjes en mezen die er vooral in het najaar
pleisteren trekken zich van het EHS-kaartje weinig aan. De
ruigte biedt egels en salamanders en heel veel
insectensoorten overwinteringsplekken. In het zomerhalfjaar
zijn het de insecten, vooral de vlinders en de zweefvliegen,
die in de ruigte een ideaal leefgebied vinden en zijn het de
dwergvleermuizen die er een goedgedekte tafel vinden. Van
groot belang is ook dat m.n. de veldesdoorns soms weelderig
begroeid zijn met klimop (wat niet zelden door
groenbeheerders op verkeerde gronden wordt bestreden), een
najaarsbloeier die er voor zorgt dat de insecten die er van
snoepen dat tot diep in oktober kunnen doen. Wij stellen voor om deze
bijna ondelftse wijknatuur te beschermen en te benutten voor
een avontuurlijke speelplaats waar de jeugd van rond de 10
jaar boomhutten kan bouwen en kan ravotten. Natuur en
pedagogie laten zich goed combineren. In ons commentaar op
het voorontwerp bestemmingsplan TU-Noord hebben wij u daar
al op gewezen. Bovendien blijft de bestemming van het
terrein blijft dan educatief van aard, al ligt
medefinanciering uit de Ecologiereserve (zie hierna) zeker
ook voor de hand. Het gemeentebestuur pakt bij
ontwikkelen van het plannetje uit met het gebruik van een
onorthodox (sommigen zouden zeggen "Italiaans") arrangement
om het te financieren, want niets is te dol. Om ROC
Mondriaan een plezier te doen wordt er door de gemeente
ruwweg ¤ 250.000 op de exploitatie toegelegd, te
onttrekken aan het onderwijsbudget. Wat hier in feite
gebeurt is dat enkele vermogende personen van de Van
Leeuwenhoeksingel een subsidie van ¤ 250.000 toegestopt
krijgen om hun woningen van "hummer"-formaat in de niet
spectaculaire maar wel smaakvolle omgeving van de Maerten
Trompstraat neer te smakken. Nog weer van de natuurkant
benaderd is onze versie dat de gemeente Delft er liefst
¤ 250.000 &endash; uit het onderwijsbudget nog wel -
voor over heeft om de wijknatuur om zeep te
helpen. Dit is op zichzelf al wrang
genoeg, maar het is nog veel wranger als men bedenkt dat het
gemeentebestuur in november 2005 nog meende de
"Ecologiereserve" ter grootte van ¤ 2.000.000
(overgehouden aan de deal met Ikea) in een keer te moeten
verjubelen en uit te geven aan reguliere zaken waar de
ecologiereserve helemaal niet voor bedoeld was. Is het een
wonder dat het duurzaamheidsplatform voor de besteding van
de ecologiereserve niet om advies werd gevraagd? Een evenwichtige beoordeling
van de verschillende plannen in het TU-Noord gebied is niet
mogelijk zonder het in het licht te zien van het
bestemmingsplan TU Noord dat in voorbereiding is. Het is
nauwelijks een teken van goede wil om het Ontwikkelingsplan
Mijnbouwstraat/Maerten Trompstraat - in het idiote geval dat
het wordt aangenomen - te laten volgen door een art. 19
procedure. Wij beschouwen dat als een bewuste manoeuvre om
een evenwichtige beoordeling in het kader van het nieuwe
bestemmingsplan uit de weg te gaan. Het getuigt van een
nerveuze, om niet te zeggen paniekerige
bestuursstijl. In verschillende passages in
Ontwikkelingsplan en in de Nota Inspraak wordt het
particulier opdrachtgeverschap gebruikt om wat in andere
omstandigheden als onwenselijk zou worden gezien, te
rechtvaardigen. Het wordt op die manier een hefboom om
criteria voor verstandige ruimtelijke ordening en stedelijk
natuurbeheer, en dus ook voor het handhaven van de
woonkwaliteit in de wijk, buiten de orde te verklaren. Dit
geloofsartikel van minister Dekker van VROM wordt hier wel
erg fundamentalistisch en slaafs door het gemeentebestuur
beleden, daarbij vergetend dat het opgeblazen bouwplan de
toekomstige bewoners op een volkomen foute plek doet
belanden. Vertrouwend u van dienst te
zijn geweest, tekent mede namens de Stichting
Commissie Natuur en Milieu Met vriendelijke
groeten, Jacques Schievink Initiatiefgroep Natuurbeheer
in Delft De stoffige ideeën
achter het gemeentelijk groenbeleid kwamen ineens in de
volle breedte in de Stadskrant van 22 januari naar voren.
Onverhuld. Kinderen en hun ouders in
Buitenhof komen in opstand tegen de bomenkap achter de Van
der Kamlaan, die de kinderen die er vaak spelen van hun
speelomgeving beroofde. Een paar citaten van de
gemeentelijke opzichter die er nog helemaal niet achter is
dat de gemeente een opbouwende, pedagogische rol heeft, en
niet om allerlei doorzichtige juridische flauwekul
preventief aan het kappen moet slaan. "Boomhutten
zijn volgens Winters zeker geen blijvers. "Nee, zodra we een
boomhut zien, halen we die direct weg. We zijn
verantwoordelijk voor de openbare ruimte, moeten die veilig
houden. Als er een ongeluk gebeurt, zou de gemeente daar wel
eens aansprakelijk voor gesteld kunnen worden. Daarom maken
we zo snel mogelijk korte metten met boomhutten - ook omdat
er anders in no time een heel boomhuttendorp staat. En uit
veiligheidsoverwegingen snoeien we die struiken, om het
ontstaan van van zogeheten enge plekken te
voorkomen." Avontuurlijke speelplekken
zijn dus taboe bij de gemeente. Terwijl het op straat
levensgevaarlijk is door het langsrazende verkeer en
kinderen in de natuur ravotten, maakt de gemeentelijke
beheerder zich zorgen dat er eens een kind uit een boom
valt. Een kind is pas zielig die dat nooit overkomen is! En
die enge plekken? Die zitten vooral in de bovenkamer van van
de opzichter, en - zie hiernaast - in de bovenkamers van de
gemeentebestuurders. Kunt u nog meer denkfouten
in de redenering van de beheerder ontdekken? Laat ze ons
weten! (ind@datadelft.com)
Ontwikkelingsplan
Mijnbouwstraat / Maerten Trompstraat
Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft
Delft,
22 januari 2006
Aan:
College van B&W en de raad van de gemeente
Delft
1. Een gevaarlijk precedent
voor de Delftse stadsnatuur
2. De scherpe kritiek is
niet nieuw
3. Besteding
Ecologiereserve
4. Bestemmingsplan
TU-Noord
5. Alternatief: combineren
van wijknatuur en avontuurlijke speelplaats
Delft,
7 januari 2006
Aan:
leden van de raadscommissie Duurzaamheid
Inleiding
Wijknatuur
Pedagogisch
groen
Fantasierijke financiering:
de bananenrepubliek in vol bedrijf
Enkele
slotopmerkingen
Niet alle
bomen zijn blijvertjes - dunnen en snoeien houdt groen
gezond en veilig
Vroeger konden we hier
verstoppertje spelen