Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft samenwerking
van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN,
Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en
Werkgroep Groenbeheer Nootdorp / contactadressen: Leen van
Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 2561141,
Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. 2617728,
e-mail gertjan.majoor@nni.nl,
Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. 2140836 en
Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft,
tel. 015&endash;2617035 (werk: 015&endash;2782124; fax
015&endash;2787585), e-mail ind@datadelft.com)
Nieuwsbrief
no. 27
sep
'98-jan '99
A.
Gemeente Delft
| B.
Hoogheemraadschap van Delfland;
waterhuishouding
| C.
Planologie, streekzaken
| D.
Technische Universiteit Delft
| Losse
berichten
Hoofdpunten in
deze nieuwsbrief
Poel Hertenkamp
Afgelopen najaar is in het zuidwestelijk deel van de Hertenkamp (tussen gemaal en Hertenhorst) door de gemeente Delft een flinke poel aangelegd. Het ontwerp van de poel is uitgegegaan van inzichten die in andere projecten en in recente literatuur zijn opgedaan. De grondbalans was sluitend en het grondverzet vond zodanig plaats dat de minder voedselrijke ondergond nu de toplaag vormt. Intussen heeft de poel zich langzaam met grondwater en regenwater gevuld. We zullen de natuurontwikkeling met spanning volgen!
Poel
Hertenkamp
Xotus
Met Xotus, dat intussen met de bouw van een teelt- en educatief centrum aan de kop van de Bras is begonnen, is enige malen overleg gevoerd over de inpassing en compensatie van het verlies van natuurwaarden (een interessant bosje en een houtwal moesten verdwijnen). Het plan van Xotus houdt o.a. in dat een nieuwe houtwal van ca 4 m diep aan de entreekant van het terrein zal worden aangelegd en dat aan de oostkant (de kant van de Hertenkamp) een oever met plasberm zal worden ingericht. Ook de oevers van het intussen gegraven bergingswater worden natuurvriendelijk ingericht.
Onlangs rolde de uiteindelijke versie van de Ontwikkelingsvisie Delft 2025 van de pers, nu in full color als een gemeentelijk visitekaartje. De ontwikkelingsvisie is de leidraad van het ruimtelijk beleid van de gemeente. Het stuk ontwikkelt een visie rond diverse thema's:
- Delft kennisstad als leidraad, - Delft in de randstad - Delft in de regio - Delft op zich - de ruggengraat van Delft - wonen in kennisstad - bedrijven en voorzieningen - binnenstad - cultuur - vrije tijd - stadsnatuur - verkeers- en vervoersnetwerken.
De bijdragen die de Initiatiefgroep in de inspraak heeft geleverd, zijn zeker in het stuk terug te vinden, m.n. in het hoofdstuk stadsnatuur, maar het komt er nu op aan er ook iets mee te doen. Wat te denken van een passage als: "Bij ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerreinen en infrastructuur: faunapassages, natuurvriendelijke oevers en dergelijke realiseren." terwijl de gemeente de schitterende houtwal van het Delftechpark wil slopen?
In oktober deed de Commissie voor de Beroep- en Bezwaarschriften (Kamer 1) uitspraak inzake de kapvergunning voor de houtwal aan de noordrand van Delftechpark De halfhartige uitspraak hield in dat de gemeente in gebreke was gebleven bij het formuleren van de motivering van het besluit de houtwal te kappen. In onze ogen bood de uitspraak de gelegenheid het beleid terzake nog eens grondig te bezien, en per brief van 19 oktober hebben we daar bij het college van B&W op aangedrongen. We betogen in die brief dat "het voor ons overduidelijk (is) dat het beleid, dat aan het verlenen van de kapvergunning ten grondslag ligt, het stempel draagt van 8 jaar beleid, waarin aan binnenstedelijk groen enorme schade is toegebracht. Dat beleid kan in het licht van uw collegeprogramma redelijkerwijs niet in stand blijven. Daar komt nog eens bij dat in een recente verkennende notitie van het stadsgewest Haaglanden (Duurzame ontwikkeling en inrichting van bedrijventerreinen, mei 1998), waarin de aanzet gegeven wordt voor een betere inrichting en inpassing van bedrijventerreinen in het stedelijk landschap, een aanleiding te meer kan en moet worden gevonden om de inrichting van Delftechpark te heroverwegen."
Het was dan ook zeer teleurstellend te moeten kennisnemen van een hernieuwde kapvergunning die de gemeente zichzelf van plan is te geven. Wij blijven het absurde plan bestrijden.

kaart Bieslandse Bovenpolder
In september werd aan het plan van veehouder Jan Duijndam en de initiatiefgroep voor de Bieslandse Bovenpolder (het terrein achter Ikea) in De Water &endash; nieuwsbrief over integraal waterheheer van Rijkswaterstaat &endash; een 2-pagina-groot artikel gewijd. Het artikel was zeer welkom, want een gezaghebbend steuntje in de rug kon het plan wel gebruiken.
Eind november kwam het plan opnieuw in het nieuws. Het gemeentebestuur, dat het plan van de intitiatiefnemers in grote lijn in het collegeprogramma had overgenomen, presenteerde het plan, aangevuld met kostbare herinrichtingsplannen voor de Korftlaan. Bij de behandeling van de voorstellen in de commissie duurzaamheid van begin december ging het echter mis. De raadsleden hadden tal van kritische vragen en opmerkingen, die op zichzelf een welkome kapstok boden om het plan nader uiteen te zetten, maar waarop tot onze verbijstering door het gemeentebestuur niet adequaat werd gereageerd. Het leek wel of men de essentie van het plan niet begrepen had.
Wij konden daarop niet anders doen dan de commissieleden de informatie geven waarover zij naar onze mening dienden te beschikken. Die informatie gaat m.n. over de noodzakelijke omvang van de biologische veehouderij, waarom de huidige situatie van de polder niet voldoet en waarom de voorgestelde natuurmaatregelen noodzakelijk zijn en ook over de begroting. In januari volgt nader overleg met de gemeente over deze onderwerpen, en we vertrouwen erop dat de plannen daarna spoedig in voldragener vorm aan de gemeenteraad voorgelegd kunnen worden.
IBN-DLO en BOOM zijn bezig voor de gemeente een advies op te stellen. In de volgende nieuwsbrief komen we er op terug.
Met de gemeente is afgesproken dat de vraag welk type oever er mogelijk is op deze lokatie, in het najaar alsnog in discussie zou komen. Helaas ..., er is geen voortgang te melden.
De Initiatiefgroep werd inzake de renovatie van het Agnetapark door de ontwerpers van bureau Van de Lindeloof om commentaar en suggesties gevraagd. Jammer genoeg werd het idee om in de centrale waterpartij mogelijkheden voor natuurlijke zuivering te scheppen, niet overgenomen. Enkele andere suggesties (keuze van soorten bomen en heesters en een plasberm met mattenbies langs de spoorlijn) vielen wel in goede aarde.
Het hoogheemraadschap van Delfland zal in februari a.s. zijn nieuwe waterbeheersplan vaststellen. Daarna komt het in de inspraak en wordt het beleidsstuk, al of niet gewijzigd naar aanleiding van de binnengekomen reacties, in juni definitef vastgesteld. In de volgende nieuwsbrief komen we op de inhoud terug.
In november kwam de rapportage "waterkwaliteit intermitterend meetnet" van het Hoogheemraadschap van Delfland gereed. In 1994 is het waterschap op de STOWA-methodiek overgestapt, waarbij elk jaar een kwadrant van het gebied wat nauwkeuriger onder de loupe wordt genomen.
Het intermitterend meetnet bestaat uit ongeveer 200 meetpunten; daarnaast is er nog een basismeetnet voor het hele Delflandse gebied met enkele tientallen meetpunten.
De resultaten van al dat gemeet vallen niet mee. Slechts 7% van de onderzochte wateren (4 sloten, 8 meren en een zandput) haalde, gelet op de functie van het water, een voldoende niveau (d.i. minimaal het middelste niveau van de STOWA-methode).
De grootste problemen zijn - de hoge trofiegraad (overmatige voedselrijkdom) - de toestand van de oevers (vaak geen plaats voor begroeiing), en - het inlaten van gebiedsvreemd water in polders.
Plaatselijk is verder de afbraak van organisch materiaal en de zuurstofhuishouding een probleem, vooral in stedelijke gebieden. In glastuinbouwgebieden is het water veelal giftig. Het rapport somt de bekende remedies op voor het weerbarstige waterkwaliteitsprobleem van Delfland: aanpak van vervuilingsbronnen (glastuinbouw, vuiluitworp van rioolstelsels en effluenten van zuiveringen), wegwerken van de baggerachterstand en ontwikkeling van het structuurspoor.
Medio april zijn er weer waterschapsverkiezingen in Noord- en Zuid-Holland en in Noord-Brabant. Door de Zuid-Hollandse Milieufederatie zijn de groene kandidaten geselecteerd die in de verkiezingscampagne door de grote natuur- en milieuorganisaties zullen worden gesteund. Het zijn:
categorie gebouwd:
E.W. de Jonge, Den Haag mw J. Lampert, Den Haag, mw I. ter Woorst, Delft J.L. Terweij, Pijnacker
categorie ingezetenen:
P. van Eijk, Delft, D. Scherft, Delft, P. Glas, Berkel en Rodenrijs, mw J. Engels, Monster mw M. Speksnijder, Rotterdam.
Aan het verkiezingsprogramma heeft de IND ook deze keer een bijdrage geleverd, maar anders dan vier jaar geleden, wordt deze keer geen kandidaat naar voren geschoven.
De tien programmapunten zijn in 't kort:
Er is over de groene kandidaten bij Delfland ook informatie op het Internet:
http://www.pz.nl/groene-waterschappers-zh/Delfland.html
Blijkens mededelingen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat is de regering er niet in geslaagd om in december een besluit te nemen over de 4e nota waterhuishouding. Deze beslissing wordt nu in februari verwacht.

Illustratie uit een brochure over het Haags waterplan; links hoe
het veelal is, rechts hoe het zou kunnen worden.
De gemeenteraad van Den Haag en het bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland hebben ingestemd met het Haags waterplan. Wat de financiering betreft is alleen de eerste tranche van 4 jaar geaccordeerd; de financiering van de periode tot 2010 is nog afhankelijk van enkele proefprojecten.
Het gaat om een van de eerste stedelijke waterplannen van Nederland, waarin voor een groot stedelijk gebied een ambitieus en toch realistisch plan voor de stedelijke waterhuishouding is gemaakt. Er zijn voor de verschillende stadsdelen verschillende ambitieniveaus geformuleerd. De fotomontage (zie onder) geeft een beeld van de aanpak.
Beleidsplan Midden-Delfland
Het recreatieschap Midden-Delfland is bezig met het opstellen van een een beleidsplan. De ideeën voor verandering van het bestaande beleid sluiten aan bij in 1997 gevoerde discussies over "Recreatie op Eigen Benen" (Roeb), waarin op initiatief van het ministerie van LNV gezocht werd naar mogelijkheden om meer commerciële exploitatie in recreatiegebieden mogelijk te maken. Zulke projecten zouden zich op knooppunten langs de stadranden verantwoord kunnen ontwikkelen, zonder de rust en recreatie in het gebied zelf aan te tasten.
Beroep bij Raad van State inzake bestemmingsplan Tolhek
Samen met de Ver. voor Natuur- en Milieubescherming Pijnacker en het Oude Leede Overleg werd op 30 november bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep (+ verzoek tot schorsing) aangetekend tegen het Pijnackerse bestemmingsplan Tolhek (het oostelijk deel van de bouiwlokatie Pijnacker-Zuid). In een lang stuk worden de bezwaren in vijf hoofdargumenten onderverdeeld:
1. Nota bedrijventerreinen
Het stadsgewest Haaglanden heeft door het bureau Engelbrecht en Van Doorn een verkenning laten opstellen over "Duurzame Ontwikkeliong en Inrichting van Bedrijventerreinen". Het is een inspirerend stuk geworden dat laat zien dat bedrijventerreinen wel degelijk aantrekkelijke onderdelen van het stadslandschap kunnen vormen en allerminst een aanblik hoeven te geven van een verzameling slordige dozen van gebouwen met veel asfalt ertussen. Vanuit ecologisch gezichtspunt is verantwoorde inrichting van de terreinen en vooral ook inpassing in het omringende landschap, hoogst urgent. De eerstvolgende stap zou een pilotproject moeten zijn van een duurzaam ingericht bedrijventerrein. Wat te denken van Delftechpark I?
2. Groenbeleidplan
Bij het stadsgewest wordt ook gewerkt aan een groenbeleidsplan, dat groenbeleid probeert te ontwikkelen voor hetgeen de gemeentegrenzen overstijgt. Een eerste concept komt eind januari in het dagelijks bestuur van het stadsgewest.
In een poging de discussie te beïnvloeden heeft de groene contactgroep Haaglanden, waarvan ook de Initiatiefgroep deel uitmaakt, het bestuur een brief gestuurd waarin de uitgangspunten van zo'n stadsgewestelijk groenplan zijn uiteenegezet. De nadruk ligt wat ons betreft op de opbouw en het herstel van ecosystemen. Wat de ruimtelijke kant van de stadsgewestelijke groengebieden betreft, wordt erop gewezen dat het eens afgelopen moet zijn de goengebieden als 'restruimten' van de stedelijke gebieden te beschouwen waar naar believen happen uit kunnen worden genomen. De groene ruimte stelt ook zijn eigen eisen, in de eerste plaats wat ons betreft om ecologische redenen, maar zeker ook om de groene gebieden voldoende recreatieve betekenis te kunnen geven.
Op de provinciale nota Stad en Land in Balans over de Groenblauwe Slinger kwamen afgelopen zomer 30 reacties binnen. Het wachten is op de nota van beantwoording.
Gebiedsuitwerking Zuidvleugel
In de gebiedsuitwerking Zuidvleugel Randstad, die de provincie in samenwerking met het platform Zuidvleugel ontwikkelt, stelt men scenario's op voor het gebied tussen Den Haag en Rotterdam. Deze schetsen zullen vervolgens ingebracht worden bij de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, die in de maak is.
De gebiedsuitwerking Zuidvleugel is opgesplitst in drie deelgebieden, waarvan er twee voor ons van belang zijn: nl. Westland en Hofland (in de streek zelf liever Oostland genoemd).
De scenario's voor het Westland bevatten heel weinig nieuws. Zij sluiten aan bij het Integraal Ontwikkelingsplan Westland (IOPW) en gaan in op mogelijke konsekwenties en varianten van een Kustlokatie.
De situatie is in het Oostland is veel gecompliceerder, ook al omdat het provinciaal ruimtelijk beleid voor dit gebied de laatste jaren elke vaste hand ontbeerde. De tegenstrijdige houding inzake de bouwlokatie Pijnacker-Zuid versus de ambities van de Groenblauwe Slinger spreekt wat dat betreft boekdelen.
Maar er is meer over te vertellen. Opmerkelijk is dat bestaande (de glasgebieden ten oosten en ten westen van Pijnacker) en zelfs nú nog in ontwikkeling zijnde glastuinbouwlokaties (zoals die aan de Nieuwkoopseweg) na 2010 geen toekomst meer hebben. Dit alles mag niet verhinderen dat de provincie de ruimtelijke ontwikkelingen rond Pijnacker zeer sterk door deze op termijn kennelijk niet te handhaven lokaties laat bepalen. Als we dat onverteerbaar noemen drukken we ons zwakjes uit.
Een ander groot vraagteken in enkele scenario's is de ontwikkeling van het 'landgoedwonen', waarbij gebieden met landgoederen van 5 ha worden geprojecteerd.
Het grootste vraagteken is evenwel het doortrekken van de huidige bouwprogramma's tot ver na 2010. Aan het volbouwen van het open landschap schijnt in de visie van sommige provinciale planologen nimmer een einde te kunnen (of moeten?) komen.
Het gerucht gaat dat de Rijksplanologische Dienst, die bij het opstellen van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening nog iets met deze provinciale scenario's zou moeten doen, met de Zuid-Hollandse exercities niet erg ingenomen is.
Vinex-programma's Haaglanden
In september kwam van de zijde van de provincie een antwoord binnen op een brief van de groene contactgroep Haaglanden, waarin werd aangedrongen op grondige aanpassingen van de VINEX-bouwprogramma's in Haaglanden. Er zijn immers genoeg signalen dat de bouwprogramma's, die nu op volle stoom liggen, de woningvraag zo goed als geheel hebben ingehaald en dat nu een verwoestend effect op binnenstedelijk wonen zichtbaar wordt.
Zulke waarschuwingen, waar de Tweede Kamer in april nog gevoelig voor leek, zijn aan het huidig provinciaal bestuur in het geheel niet besteed; in de beantwoording wordt de noodzaak van de voltooiing van de bouwprogramma's nog eens flink onderstreept. Wat was dat ook weer, besturen?
In nieuwsbrief 26 berichtten wij over het overleg dat we met de Dienst Landelijk Gebied hadden over de bebossingsplannen van de Bieslandse Polder. Het heeft er alle schijn van dat de bemoeienissen van IND en Vogelwacht niet voor niets zijn geweest: de verdere bebossingsplannen van de laatste stukjes graslandpolders in het gebied ten oosten van Delft zullen vermoedelijk aanmerkelijk worden teruggeschroefd. Het ziet er wel naar uit dat als 'compensatie' ca 18 ha in de Noordpolder van Delfgauw zal worden bebost.
Ontwikkeling TU-wijk zuid
In december tekenden de gemeente Delft en de TUDelft een convenant over de ontwikkeling van het zuidelijk gedeelte van de TU-wijk (het deel ten zuiden van de Kruithuisweg). Ook al omdat er in het gebied mede door de inzet van de initiatiefgroep interessante projecten zijn gerealiseerd (1700 m natuurvriendelijke oever langs de Thijssevaart, een poel bij Geodesie) volgen wij de ontwikkelingen met argusogen. Er zijn volop kansen voor een ecologisch verantwoorde ontwikkeling van het gebied, maar het zal heel wat strijd vergen om die kansen ook te (laten) benutten.
Het is al een jaar gelden dat we aankondigden dat de TUD mw Riek Bakker opdracht had gegeven een stedenbouwkundig masterplan te maken voor de TU-wijk. Intussen zijn er nieuwe blikken adviesbureaus opengetrokken die gezamenlijk proberen het masterplan nu in april a.s. te presenteren.
Wij weten natuurlijk niet wat er uit komt, maar we weten wél wat er uit móet komen: een levendiger TU-wijk, die tegelijk als voorbeeld en als proeftuin dienst doet en waar aan de wijk te zien is dat de techniek op het terrein van een ecologisch verantwoorde inrichting van stedelijk gebied iets te bieden heeft!
Thijssevaart
Door de commissie Natuur en Milieu is in de zomer van 1998 opnieuw de ontwikkeling van de oevers van de Thijssevaart gemonitord. (voor een korte impresssie van het verslag over 1997 zie nieuwsbrief 25). Het verslag over 1998 zal binnenkort aan de TUDelft worden gepresenteerd. Vooruitlopend daarop hier alvast een paar resultaten.
Verwerking van de vegetatiegegevens in het Stowa-beoordelingssysteem voor kleine wateren leverde de volgende kwaliteitsbeoordelingen op:
Thijssevaart west
karakteristiek kwaliteitsniveau
1997 kwaliteitsniveau
1998 trofie III II waterchemie III III structuur IV V variant-eigen
karakter II II
Thijssevaart
oost
karakteristiek kwaliteitsniveau
1997 kwaliteitsniveau
1998 trofie III II waterchemie III III structuur III IV variant-eigen
karakter III III
Opvallend in
deze beoordelingstabel is dat de beoordeling voor trofie minder
gunstig is geworden, maar dat door de toename van het aantal
aquatische soorten de beoordeling voor vegetatiestructuur duidelijk
beter is.
De macrofauna toonde t.o.v. 1997 meer verscheidenheid. Opvallend was dat niet alleen voor het eerst kokerjuffers werden aangetroffen, maar ook in opvallend grote aantallen. De (helaas niet op soortniveau vastgestelde) macrofauna gaf het volgende beeld (de cijfers zijn uit de abundantieschaal van 1 tot 9):
Selectie van literatuuraanwinsten Initiatiefgroep
Laatste wijziging: 18 februari 1999, ind@datadelft.com