|
naar beginpagina van de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft |
|
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft
samenwerking van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN, Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en Werkgroep Groenbeheer Nootdorp | contactadressen: Leen van Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 2561141, Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. 2617728, Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. 2140836 en Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft, tel. 015-2617035, e-mail ind@datadelft.com
A. Gemeente Delft | B. Hoogheemraadschap van Delfland; waterhuishouding | C. Planologie, streekzaken | D. Technische Universiteit Delft | Losse berichten
Afgelopen najaar kwamen contacten tot stand tussen de Initiatiefgroep en een groep bewoners van de nabijheid van de Wallertuin. De samenwerking moet uitmonden in een beheersplan voor deze bijna "vergeten" plek in de stad, dat mede moet voorkomen dat deze interessante, verwilderde tuin van 2 hectare als een ecologisch waardevolle kanttekening bij onze cultuur teloor gaat.
Het beheersplan
dat aan de eigenaar voorgelegd zal worden, behelst enkele bescheiden
ingrepen, die tóch het ongerepte karakter van de tuin intact
laten: Samenvatting
van de herstel- en onderhoudsmaatregelen herstelmaatregelen onderhoud A. poel - baggeren - baggeren eens in
de 10 jaar B Vochtig
bos - dunnen - eens in de 5
jaar dunnen herhalen C.
Kastanjebos - geen D.
vuilwaterriool - lek
dichten E.
Bramenstruweel - 300 m2 bramen
verwijderen - jaarlijks licht
onderhoud om het woekeren van de bramen tegen te gaan F.
Ringsloot - scheppen van
verbreding op de plaats waar het slootje in de ringsloot
uitkomt - jaarlijks de
helft van de oever- en waterplanten maaien
De begroting van de herstelmaatregelen komt uit ergens tussen de kf
10 en 15. Het moet niet te moeilijk zijn deze middelen te
vinden.
-kapwerk aan zuidwestkant
- jaarlijks de helft van de oever- en waterplanten
maaien
- graven van ondiepe ontwateringsgreppel naar
ringsloot
- jaarlijks greppel openhouden
- open plek 2x per jaar maaien
- baggeren ringsloot
- baggeren eens per 5 jaar herhalen
De daadwerkelijke ontwikkeling van de Bieslandse Bovenpolder blijft boeien. Hoewel een aantal verschijnselen, zoals de uitbundige weidevogelpresentie op het slik in de noordoosthoek en de begeleidende vegetatie van de biezenvelden, in het ontwerp waren voorzien, toch is het ervaren van hoe dat daadwerkelijk uitpakt altijd weer verrassend. Dat geldt ook voor de Ooievaars van de Bieslandsekade, die er vaak foerageerden.
De oever langs het Kerkepad ondergaat door de iets hogere waterstand een grondige (excuus voor een in dit verband misplaatst woord) verandering. De vegetatie is er in eerste aanleg minder gevarieerd door geworden (met erg veel zomprus en moerasvergeetmijnietje), maar we verwachten dat die variatie na een paar jaar wel terugkeert, zij het dat de vegetatie door de verlanding van de oeverzone wel van karakter veranderen. Ook het grasland laat de eerste tekenen zien van extensiever gebruik; het voorkomen van veldgerst wijst daarop.
De aanleg van rillen van snoeihout als vervanging van afscheidingen van prikkeldraad - voorlopig alleen nog langs het Heempad - voegt verder nog veel natuurkwaliteit aan het gebied toe, die niet eens in het oospronkelijke plan was opgenomen.
Het ligt in de bedoeling van de pachter om ook in de (beneden)Polder van Biesland dezelfde filosofie (radicale integratie van natuur en agrarische bedrijfsvoering) in praktijk te brengen. De discussies met de Dienst Landelijk Gebied over de inrichting van die polder in samenhang met de Noordpolder van Delfgauw maken het nog onzeker of dit zal lukken, want daar is men meer begaan met het realiseren van taakstellingen aan oppervlakken bos, die al 20 jaar geleden in beleidsnota's stonden dan met creatieve oplossingen die recht doen aan veranderdende functies van het open landschap en de drastisch uitgegroeide steden in deze regio.
Hoewel de werkgroep er een enigszins bedaagd tempo op nahoudt, is er wel voortgang te melden. Na een inventarisatie en beoordeling van de vaak erg kleine snippers natuurvriendelijke oever die er in Delft zijn te vinden, is gekeken naar enkele acute problemen met oevers in het Hof van Delftpark. Daar valt te leren dat nog maar enkele jaren oude oeveroplossingen zich anders gedragen dan in het ontwerp was voorzien. Dat geldt zowel voor beschoeide als voor stukjes van natuurvriendelijke oevers. De ontwerpers blijken weinig oog te hebben gehad voor de kracht van wind en water en hoe je daar met liefst natuurvriendelijke middelen een mouw aan past. Het PDF-bestandje (136 Kb) kan men hier downloaden.
De werkgroep is nu toe aan het uitwerken van twee sporen voor de aanpak van de oevers. Aan de ene kant is bepalend de (potentiële) ecologische structuur in de stad waartoe nog vele oevers moeten worden gereconstrueerd (onze visie hierop staat op Delftsblauwe structuur). En aan de andere kant zijn het onderhoudsplan en eventuele calamiteiten (zoals de problemen in het Hof van Delftpark) die de planning van de aanpak van de oevers mede bepalen.
De
DIOC "de ecologische stad" van de TUD organiseerde in april en mei
met betrokkenen (waterschap, gemeente, Delft Wonen, provincie
Zuid-Holland en ook de Initiatiefgroep) twee 'waterwerkbijeenkomsten'
over de herinrichting van de wijk Poptahof. Deze DIOC is betrokken
bij het plan van gemeente en woningcorporaties om in deze typische
begin zestiger-jarenwijk bij de herinrichting ambities te realiseren
die beantwoorden aan het Duurzaamheidsplan 2000-2003. met het
watersysteem
Onder leiding van Paul van Eijk kwamen twee geanimeerde op de rol van water gerichte sessies tot stand die interessante ideeën opleverden voor een geheel andere aanpak. De - onder het bouwzand verstopte - loop van de aloude kreek de Gantel biedt daarvoor aanknopingspunten (zie het prentje hiernaast), maar ook het betrekken van het water bij buurtrecreatie van de veelal allochtone wijkbewoners biedt interessante mogelijkheden. Het is te hopen dat deze nog vage ideeën in het verdere planproces een boeiende uitwerking ondergaan.
De digitale discussie die afgelopen winter in groene waterschapskringen woedde over het oppervlaktewater in Zuid-Holland, kwam opnieuw tot ontwikkeling toen Consept, het samenwerkingsverband van zeven grote Zuid-Hollandse natuur- en milieuorganisaties, met gebiedsvisies voor de verschillende regio's op de proppen kwam. In die gebiedsvisies werden verschillende doelstellingen van het waterbeheer soms onderling tegenstrijdig ingezet, en dat lkte kritiek en nauwkeuriger formuleringen uit. Het voert te ver deze soms technisch aandoende discussie hier weer te geven. De webpagina gebiedsvisie geeft een beeld van onze bijdrage.
Enkele van de discussianten hadden overigens een plaatsje geboekt voor bustocht van 9 juli, die Consept door ons gebied organiseerde. Bij de bergpolder bij Berkel,de Akkerdijkse plassen, de Thijssevaart en de Bieslandse Bovenpolder werd stilgestaan en konden uitvoeringsvormen van ambitieus waterbeheer tot leven worden gebracht.
We schreven al bij een vorige gelegenheid dat de 5e nota Ruimtelijke Ordening een zeer teleurstellend stuk is:
De volledige, geïllustreerde reactie van de Initiatiefgroep vindt u hier.
De minister kondigde eind augustus aan dat de nota mede door de meer dan 1000 reacties zal worden aangepast en eind 2001 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd. In welke richting die aanpassingen gaan onthult hij nog niet.
Gedeputeerde
Norder gaat onverdroten verder met zijn plan om met veel
inpassingsgeweld en het verwerven van draagvlak rijksweg A4 door
Midden-Delfland aangelegd te krijgen. In maart was er in Delft een
'werkatelier' met ruim 100 deelnemers, en eind mei in Vlaardingen een
'Kristallisatiedag'. Inderdaad, men kan de projectleiding bij de
provincie niet ontzeggen dat zij voor zullke kermissen originele
namen verzinnen.
Wat ons betreft blijven aan Norder's initiatief twee - voor ons onoverkomelijke - feilen kleven:
Niettemin lijkt het erop dat Norder's vondst om de belanghebbenden en insprekers in tot 'productgroepen' gedoopte werkgroepen te stoppen en daar voorstellen voor deelproblemen te laten uitbroeden, succes heeft. Door hier en daar in zo'n deelgezelschap aan een deelnemer een bot toe te werpen, kun je onwillige honden toch tot het hoopvol kwispelen van de staart bewegen.
Na een voorontwerp van het structuurplan (ons commentaar op dat oude stuk staat hier en is grotendeels nog van kracht), publiceerde het stadsgewest dan een ontwerp van het structuurplan. Hebben al die jaren van overleg en studie ons een flitsend stuk opgeleverd? Wij denken van niet, de aardige typografie, de toezegging van een extra accent op groen en mooie plaatjes ten spijt.
Het
document brengt tal van plannen die in het gebied spelen maar waar je
eigenlijk alleen maar verspreid informatie over kon vinden, in een
stuk bij elkaar. Maar veel verder dan een beschrijving daarvan en van
het huidige ruimtegebruik in het Haaglandse gebied, komt het plan
eigenlijk niet;voor het stadsgewestelijk bestuur is het voldoende om
van een "integratiekader" te spreken. De enige bovengemeentelijke
ambitie die met enige moeite uit de tekst op te duiken valt, is de
groene zone langs Zweth en Vliet "die geheel Haaglanden doorsnijdt".
Het aaneensmeden van deze "losse kralen tot een ketting" heeft het
tot 'kernpunt' gebracht.
Ook in dit stuk - het is de zoveelste keer - pakt het structuurplan uit met een verhaal alsof het stadsgewest en niet de waterschappen over het waterbeheer gaan. Natuurlijk, de consequenties van de eisen van waterbeheer voor de ruimtelijke ordening zijn onderwerp van onderhandelingen tussen de verschillende overheden, maar de verwoording door het stadsgewest is zo merkwaardig dat je je afvraagt of ze bij het stadsgewest wel weten hoe de verhoudingen liggen. Als men zich wat coöperatiever zou opstellen, dan zou vermoedelijk ook voorkomen zijn dat in de tekst een pijnlijke beginnersfout als op p. 50 zou zijn gemaakt: "In de (veen)weidegebieden van Midden-Delfland-Akkerdijkse Plassen (...) zal beperktere drooglegging de bergingsmogelijkheden voor water moeten vergroten ", een vergissing die tot enige vrolijkheid aanleiding geeft.
Onze kritiek op plannen als het Integraal Ontwikkelingsplan Westland, de Westlandse zoom, de én-én benadering van het vervoer en nog vele andere zaken hebben we op andere plaatsen al voldoende uiteengezet. Nieuw is de uiteenzetting in het hoofdstuk over het "Formele Kader", waaruit we niet anders kunnen concluderen dan dat het structuurplan wringt met het streekplan. Het structuurplan mag dan voor het stadsgewest 'input' zijn voor het streekplan, het is uitgesloten dat er tussen stadsgewestelijk structuurplan en het streekplan geen kleine of grote verschillen zullen optreden. Dat maakt het acteren door burgers in procedures waarbij lokale plannen aan deze plannen getoest worden, tot een nog hachelijker zaak dan het gewoonlijk al is.
De provincie is trouwens in dezelfde periode het proces naar een nieuw streekplan Zuid-Holland West gestart met de publicatie van de Nota Koersbepaling Zuid-Holland West. De verschijning van dat stuk is voor ons aanleiding geweest om ons de moeite van het sturen van een reactie naar het stadsgewest te besparen. Want een stuk dat een tenenkrommend uitgangspunt als "Haaglanden moet hoog in de top-drie van de meest aantrekkelijke regio's van Nederland blijven" heeft (beseffen de bestuurders wel wat daar staat?), valt nauwelijks serieus te nemen.
Na het nogal vlakke stuk dat de gemeente Nootdorp een jaar geleden ter tafel legde, bevat het nieuwe concept van het groenstructuurplan, opgesteld door groenteam, een bemoedigende aanzet tot introductie van stadsnatuur in een zich hevig uitbreidende bebouwde kom. In de "accentzones" en "bebouwingszones" ligt het accent resp. veel minder en minder op natuur, maar het lijkt erop dat men in een gemeente met een tuinbouwcultuur nu toch een andere richting inslaat. Op 11 september overleggen gemeentebestuur en ontwerpers met diverse partijen.
Begin juli, op een warme ochtend, viel ons de eer te beurt om het overleg van de ecologen die bij het WL|Delft werken, op te vrolijken met een excursie langs de oevers van de Thijssevaart. Ook de beheerder van het WL|terrein deed mee. De ervaringen met de boeiende ontwikkeling van de oever, vegetatie en levensgemeenschap konden zo eens uitvoerig worden toegelicht. We rekenen erop dat deze nieuwe tak aan ons netwerk bij nieuwe en verdergaande initiatieven op het gebied van water en oevers nog flink van pas zal komen!
De Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's-Gravenhage jubileert met
Zie verder http://www.avnnatuurbescherming.nl
De lokale KNNV houdt binnenkort weer een cursus wilde planten. Data: 3 woensdagvonden, 5/9, 12/9, 19/9 en een excursie op zaterdag 15 september (20.00 &endash; 22.00 uur). De cursus vindt plaats in Natuur- en milieucentrum De Papaver, Korftlaan 6, 2616 LJ Delft. Kosten fl 40,--. Opgave (015) 213 86 57 of email afd.RegioDelft@knnv.nl
Met deze cursus leren de cursisten de algemene planten die in de Delftse regio voorkomen op naam te brengen. Dat zullen ze leren door middel van een zeer hanteerbaar boek met zeer heldere tabellen. Verder zullen de deelnemers gewend raken om natuurwaarnemingen op te schrijven.
[de complete literatuurlijst waarover de Initiatiefgroep de beschikking heeft staat ook op deze netplek ]