|
|
|
Greep uit de inhoud:
|
samenwerking van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN, Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en Werkgroep Groenbeheer Nootdorp | contactadressen: Leen van Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 2561141, Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. 2617728, Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. 2140836 en Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft, tel. 015-2617035, e-mail ind@datadelft.com |
A. Gemeente Delft | B. Hoogheemraadschap van Delfland; waterhuishouding | C. Planologie, streekzaken | Losse berichten
Wij beloofden in deze nieuwsbrief terug te komen op de nota over de stedelijke ecologische structuur. Dat werk heeft enige vertraging opgelopen, maar het ziet er nu naar uit dat de besluitvorming daarover in de zomer van 2002 zal plaatsvinden. We komen er dus in de volgende nieuwsbrief op terug.
Om de waterhuishouding in de Polder van Nootdorp te verbeteren wil het hoogheemraadschap een reeks van maatregelen nemen, waar een jaar geleden een 8 miljoen voor opzij werd gezet. Het pakket maatregelen betreft het watertransport door werken aan watergangen en duikers. Voorstellen voor extra berging en vertraagde afstroming ontbreken in het plan, dat daardoor een ouderwetse, niet in het waterbeleid 21e eeuw passende indruk maakt.
We beperken ons hier tot de gevolgen voor de Hertenkamp. De veranderende hydrologie van het gebied heeft tot gevolg dat de aanvoer naar het gemaal (in de zuidwestelijke punt van de Hertenkamp) twee keer zo groot wordt, wat weer betekent dat de Middeljeu twee keer zo breed zou moeten worden. Van de bomen en struwelen aan de noordkant van het gebied blijft dan niets over. Het is de moeite waard te onderzoeken of splitsing van het watertransport over twee routes mogelijkheden biedt. Dat kan nl. grote besparingen aan graafwerk en investeringen opleveren, maar het moet o.i. vooral vergezeld gaan van een drastische verbetering van de ecologische kwaliteit van het watersysteem in het gebied. Daarbij moet ook goed gekeken worden naar de kwaliteit van het aangevoerde water en de gevolgen van hogere dynamiek in de centrale waterpartijen. Wij hebben begrepen dat het overleg tussen de gemeente Delft en het Hoogheemraadschap een dezer dagen van start gaat.
|
|
|
|
Links: schema van functies in het gebied van de Delftse Hout. Boven: aanduiding van een alternatieve route van het watertransport door de Hertenkamp naar het gemaal (linksonder). |
Peter Glas, groen lid van het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Delfland, maakte ons attent op de discussie over de voortgang van het Waterbeheersplan 1999-2005, die in april in het waterschapsbestuur plaatsvond.
Hij, en wij trouwens ook, zijn vooral geïnteresseerd in de maatregelen, 28 in getal, die onder het hoofdje "Water als drager van Natuur" in dat plan staan. Delflands' waterbeheersplan uit 1999 betekende in onze ogen op die punten weinig minder dan een doorbraak, en bevat plannen op het gebied van:
De voortgang van al die mooie voornemens valt nogal tegen: van de 28 ecologische maatregelen is er nog geen één klaar, terwijl dat er al 14 hadden moeten zijn. En ruim tweederde van de maatregelen is voor minder dan 25% klaar.
Er zijn verzachtende omstandigheden: personeelstekort (40 vacatures: wat zal dat een besparing opleveren!), grote projecten als de AWZI Harnaschpolder, het ABCD-project, het ontwikkelen van waterkansenkaarten, de uitwerking van (gevolg van "Europa") stroomgebiedbenadering, allemaal zaken die het waterschap danig opeisen, maar het is buitengewoon teleurstellend dat de ecologisering van het waterbeheer, dat met de waterplannen van Den Haag en Delft toch zulke fraaie opstekers beleefde, daardoor vertraging oploopt.
"Het Dagelijks Bestuur van Delfland heeft toegezegd om met name voor de 'groene' maatregelen in september aanstaande met een plan voor een inhaalactie te komen. Wéér een plan, denk je met een zucht ... ", aldus Peter Glas.
Peter Glas zat trouwens toch al niet stil in het waterschappelijk bestuur, want hij stemde tegen twee peilbesluiten. "Om de zoveel jaar wordt voor elk gebied in een peilbesluit vastgesteld welke NAP-stand wordt ingesteld. Zoals u misschien weet zakt ons gebied door het wegpompen van grondwater steeds verder weg. In 5 eeuwen pompen zijn sommige polders meer dan 5 meter onder de zeespiegel gekomen. En dat gaat maar door. De provincie ziet er op toe dat de polderpeilen worden aangepast als de bodem daalt."
Glas heeft nu besloten om bij peilbesluiten die worden genomen omdat in de polders nieuwbouw moet plaatsvinden, consequent te handelen. Bouwers ontwerpen hun huizen zodanig dat het nodig is om het grondwater veel dieper in te stellen dan in de graslandpolders. Dat wordt meestal bereikt door eerst een dik pakket zand op te brengen (dat door het gewicht het wegzakken trouwen weer versnelt) en ook door een nieuw peilbesluit te nemen met een grotere 'drooglegging' (dieper grondwater dus)." Zo kan het inderdaad niet langer. Bij het ontwerpen van nieuwbouwwijken en bedrijventerreinen zal de bouw 'waterproof' moeten zijn. Dat betekent:
Alleen op die manier kan iets gedaan worden aan het proces van het wegzakken van West Nederland. We moeten voorkomen dat het beetje natuurlijke rek dan nu nog in ons watersysteem zit wordt opgeofferd aan verstedelijking.
Calamiteitenberging in de Woudsepolder
Zie [C11] Regionaal Structuurplan Haaglanden
In PKB deel 3 (zie voor deze documenten http://www.minvrom.nl) kwam minister Pronk op enkele onderdelen met gewijzigde voorstellen, zoals de 'watertoets' als instrument om het waterbeleid tot gelding te brengen, iets anders uitgewerkte rode contouren, het vervallen van de balansgebieden, ruimere mogelijkheden voor groene contouren en vooral ook het idee van de "bundelingsgebieden", gebieden van verstedelijking (waarom ze dan ook zo niet genoemd?). Provincies geven aan waar 'zoekgebieden voor verstedelijking gezocht moeten worden, de gemeenten doen exacte voorstellen voor verstedelijking. In de Tweede Kamer, zo leek het, was de regiefunctie van de rijksoverheid een heikel punt. Maar de discussie hierover werd afgekapt door het aftreden van het kabinet Kok.
Wij zijn voorstander van een straffe regie van de rijksoverheid, eerstens omdat we in onze omgeving heel veel voorbeelden hebben gezien dat eng-lokale belangen de ruimtelijke ordening hebben bepaald en dat hogere overheden (provincie, stadsgewest) niet corrigerend optraden. Een tweede overweging werd goed door Roelf de Boer (Arcadis) beschreven in een essay in Natuur en Milieu 2002/4. Het gebrek aan uitvoering van het vele rijksbeleid schetst hij a.v.: "Erger is dat onduidelijk blijft wie al dit moois moet uivoeren. Je kunt dat positief zien: de centrale overheid nodigt velen uit de handschoen op te pakken. Maar een cynicus zou kunnen zeggen dat het rijk onder het mompelen van "god zegen de greep" zijn beleid over de schutting kiepert, waar een woud van diensten, lagere overheden, adviesbureaus en projectontwikkelaars wacht om het naar eigen inzicht gestalte te geven."
Welnu, de kabinetsformatie die waarschijnlijk CDA, VVD en de patjepeeërs-vleugel van die partij in de regering zal brengen, bevestigt bovenstaande beoordeling. Dit fraaie gezelschap is gedecideerd van plan in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk schade aan te richten, bijvoorbeeld middels restauratie van een reactionair kernenergiebeleid en de exploitatie van de Waddenzee. En wat de 5e nota RO betreft: meer 'flexibiliteit', nog meer ruimte voor bebouwing en meer bevoegdheden voor de lagere overheden. De ondernemerslobby heeft op lokaal vlak tenminste niet al te veel tegenspel, zal de gedachtengang wel zijn ...
Wat de discussie over de 5e nota in onze eigen regio betreft melden we graag nog twee contrapunten. In MilieuAktief van maart 2002 meldt gebiedsgedeputeerde Dekker. "Een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving met veel groen is ook in het belang van het bedrijfsleven. Dus zet nou eens een hek om de waardevolle natuur en dwing jezelf tot een scherpere ordening binnen de rode klomp." Nu lijkt het erop dat dit signaal aan "het" bedrijfsleven daar niet bijster welkom is. In het mei-nummer van de KvK-krant werden we getroffen door een rabiaat stukje met de stellingname dat "de vrijwaring van verdere verstedelijking en bedrijventerreinen van Midden-Delfland en de landgoederenzone tot ongenoegen van vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zou zijn." Dat is een merkwaardig standpunt. De KvK-Haaglanden heeft zich in de ROM-nota's Schouders onder Haaglanden (1993) en Haaglanden maakt zijn Toekomst (1997) veel genuanceerder opgesteld. Met de komst van de nieuwe voorzitter per 1 januari, en wellicht versneld op de weeë golven van vals sentiment die in mei door het land raasden, zijn deze nunances in een oogwenk in de prullebak gegooid.
![]() |
Voor wie nog niet overtuigd is van de heftige ontwikkelingen in deze regio landschap kijke maar eens naar het plaatje hiernaast. De bouwlocaties die met een sterretje zijn aangegeven, behoren tot de Rotterdamse agglomeratie, de andere zijn Haaglandse Vinex-locaties. |
In februari werd door het stadsgewest Haaglanden het structuurplan vastgesteld. Op twee punten is de vaststelling aanleiding voor extra commentaar (voor ons gehele commentaar zie hier).
Belangrijkste element van ons commentaar was dat men er niet aan ontkomt om de (grote) oppervlakte aan glastuinbouw en aan bedrijventerreinen als één soort bestemming te beschouwen. Glastuinbouw is weliswaar agrarische productie, maar de aard van de bebouwing en infrastructuur is een extreme aantasting van ecosystemen. Door de claims voor meer bedrijventerreinen en verglazing 'in één mand' te gooien, wordt niet alleen het weinige aan open ruimte effectief beschermd, maar geeft men het economisch beleid extra impulsen. Wij denken bijvoorbeeld aan glastuinbouw - voor een groot gedeelte niet grondgebonden - op daken van de doosvormige bouwsels op bedrijventerreinen, en aan de andere kant kansen voor veelsoortiger bedrijvigheid in glastuinbouwgebied. Maar goed, dat was (nog?) een brug te ver.
Een besluit op ander vlak maakt dat het glas toch moet inschikken. De discussie over de noodberging in de Woudsepolder kreeg nl. een verrassende wending. Van cultuurhistorische kant en ook door wethouder Grashoff van Delft werd immers betoogd dat grootschalige noodbergingen niet wenselijk - en ook niet nodig zouden zijn als de mogelijkheden om de toenemende neerslag vast te houden en te bergen organisch in het landschap zouden worden verwerkt. Wij zijn het daar mee eens, maar stelden tegelijkertijd vast dat het hoogheemraadschap van Delfland voor de korte en middellange termijn niet anders kan dan enkele calamiteitenbergingen te realiseren. De Delftse wethouder legde dit inzicht neer in een motie tijdens de discussie over het stadsgewestelijke structuurplan. Die motie haalde het, hetgeen dus inhoudt dat over een jaar of tien in het Westland zoveel maatregelen moeten zijn genomen op het punt van berging en retentie, dat de berging in de Woudsepolder weer kan worden opgeheven. Die politieke gevolgtrekking verdient een groot compliment. Of het stadsgewest die motie tegen Westlandse druk in handen en voeten kan geven en in het Westlandse gebied werkelijk ruimte voor water zal scheppen, dat is wel weer een hele toer.
We beperken ons tot enkele mededelingen en een weinig commentaar.
In het Tweede Structuurschema Groene Ruimte (voor de volledige inhoud zie de website van het ministerie van LNV) zijn tal van positieve punten te ontwaren. Als - gedeeltelijke - uitwerking van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening is bijvoorbeeld aan ruimte voor water veel aandacht besteed. Het gaat dan om berging, maar ook om bijvoorbeeld hydrologische buffering van natuur- en andere verdrogingsgevoelige gebieden. Maar aan de uitwerking van deze visie en ook de concrete bescherming van kwetsbare grondwaterwinningen ontbreekt nogal wat.
Een ander voobeeld van de gebrekkige uitwerking is dat de ruimtelijke claims voor water dubbelhartig zijn. Zo wordt plaatsing van glastuinbouw in belangrijke potentiële bergingsgebieden als de Plaspoelpolder of Groot-Mijdrecht mogelijk gemaakt.
Net als bij de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening is ook hier de verhouding tot de lagere overheden een punt van ongerustheid. Provincies en waterschappen krijgen veel te veel de vrije hand.
In SGR-2 wordt ook het begrip groene diensten geïntroduceerd. Het gaat dan om diensten als landschapsonderhoud, natuurbeheer, waterretentie, noodberging, recreatieve routes en andere belangrijke landschappelijke functies die door landbouwers zouden kunnen worden geboden en die een aanvullende inkomstenbron voor de agrariërs moet gaan vormen. Maar ook hier blijft de uitwerking in het vage.
Ronduit kopschuw maakt SGR-2 ons op het punt van de "projectvestigingslocaties" en agribusinessparken. Dat zijn in onze ogen grootschalige, agro-industriële bedrijventerreinen die een forse plek in de groene ruimte krijgen toebedeeld. Naar onze mening gaat het bij deze locaties eerder om stedelijke en/of industriële functies die in het geheel geen plek in het open landschap nodig hebben. "Meervoudig ruimtegebruik" (denk aan kassen op oppervlaktewater of boven waterbassins en op industrieterreinen) biedt o.i. mogelijkheden om het inrichten van ecologische woestijnen in ons landelijk gebied zo veel mogelijk te beperken. Een vrijmoedige beschouwing van de ecologie van westelijk Zuid-Holland (Westland!) brengt immers spectaculair aan het licht dat zulke projectlocaties danig uit de hand kunnen lopen.
[de complete lijst van de literatuur waarover de Initiatiefgroep de beschikking heeft staat ook op deze netplek]