|
|
|
Greep uit de inhoud:
|
samenwerking van Commissie Natuur en Milieu, Imkervereniging, IVN, Milieudefensie, Milieukompas, Natuurwacht, Vogelwacht en Werkgroep Groenbeheer Nootdorp | contactadressen: Leen van Doorn, Bizetstraat 23, 2625 AV Delft, tel. 2561141, Gert Jan Majoor, Gandhilaan 67, 2622 GD Delft, tel. 2617728, Bertus Laros, Oostblok 160, 2612 PG Delft, tel. 2140836 en Jacques Schievink, Maerten Trompstraat 17, 2628 RB Delft, tel. 015-2617035, e-mail ind@datadelft.com |
A. Gemeente Delft | B. Hoogheemraadschap van Delfland; waterhuishouding | C. Planologie, streekzaken | D. TU Delft| Losse berichten
Wij beloofden in deze nieuwsbrief terug te komen op de nota over de stedelijke ecologische structuur, die de gemeente voorbereidt. Dat werk heeft verdere vertraging opgelopen zodat we er nog geen verslag van kunnen doen.
In het najaar verscheen de duurzaamheidsmonitor van de gemeente Delft over 2000. Het is een uitgebreid document waaraan af te zien is dat er hard aan gewerkt is. De wethouder stelt de duurzaamheidsmonitor over 2001 op korte termijn in het vooruitzicht; als die publicatie er is zullen we er wat uitgebreider op ingaan.
Waterhuishouding Hertenkamp
De Initiatiefgroep heeft zich actief bemoeid met het zoeken naar een zo goed mogelijke oplossing voor de waterafvoer van de Polder van Nootdorp, m.n. waar het de gevolgen voor de Hertenkamp betreft. In augustus zijn het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente hier eindelijk over om de tafel gaan zitten - in aanwezigheid van de IND. Delfland had toen een eerste schets klaar van een plan waarbij voor de waterafvoer ook gebruik zou worden gemaakt van de waterpartijen in het centrale deel van de Hertenkamp. Via een doorsteek bij het dierenpark zou dat gerealiseerd kunnen worden. Delfland zou de schets op korte termijn verder uitwerken en - die eis stelde de gemeente terecht - er een uitgebreide onderbouwing aan toevoegen waaruit moet blijken dat de verhoogde piekafvoer niet kan worden opgelost door (bergings)maatregelen in het achterliggende gebied. Die korte termijn is nu wel wat lang aan het worden ...
De aanpak van de Delftse oevers heeft na de reconstructie van berm en oevers aan de Emmalaan nog geen vervolg gekregen. Op de rol voor afgelopen najaar stonden immers Maria Duijstlaan, Oude IJsbaan, Esdoornlaan, Telderslaan, TNO-vijver, Delftechpark, Mahlerstraat, Krakeelhof en Tanthof-west. (Het complete uitvoeringsschema staat in nieuwsbrief 33.) Ook de ecologische aanpak van de problemen in het Hof van Delftpark is nog niet tot uitvoering gekomen. Erg teleurstellend.
Emmalaan
Foto: Stan van
Adrichem. Met dank aan de wijkkrant
Wippolder. Na de aanleg van de nieuwe
bermen en oevers aan de Emmalaan, is de ontwikkeling van de
bermen de gehele zomer en nazomer 'spontaan' verlopen. Voor
sommige bewoners en in het bijzonder de kapper was dit
spontane gedoe iets te veel van het goede. Wij kunnen ons het overigens
goed voorstellen. De eerste zone van de berm langs de straat
had wel wat 'netter' bijgehouden kunnen worden. Wat ons
betreft hadden de klachten niet te maken met - een suggestie
die wel eens gewekt wordt - het natuurvriendelijk-zijn van
de oevers, maar met de verwaarloosde indruk die al die
ruderale planten en zaailingen van bomen op de nog open
grond maakten. Er zijn bij projecten van natuurvriendelijke
oevers altijd wel enkele lieden die ertegen in het geweer
komen. Bij het beheer van deze oevers en de naastgelegen
bermen in woonstraten doet men er goed aan om dit gezeur
niet in de hand te werken.
Mede naar aanleiding van de kritiek op het achterblijven van de realisering van de 'groene' beleidspunten uit het Waterbeheersplan 1999-2003 nam Delfland het initiatief om de ideeën over het structuurspoor snel verder uit te werken. In het kader daarvan vond in juli een raadpleging plaats van partijen als de provincie, Natuurmonumenten, Groenservice Zuid-Holland en ook de Initiatiefgroep Natuurbeheer. We hebben in dat overleg o.a. de volgende suggesties gedaan:
In november stelde het algemeen bestuur van Delfland de Waterkansenkaart Delfland voor het deelgebied Oostland vast. De kaart voor dit deelgebied moet als pilot fungeren voor de drie andere deelgebieden van Delfland.
De waterkansenkaart voor het Oostland is een overzichtelijk document geworden, waaruit de kansen van waterbeheer versus verschillende andere domeinen (bijvoorbeeld veiligheid, seizoensberging t.b.v. droge tijden, natuurpotentie, stedelijke ontwikkelingen) goed uit de verf komen. Op een beleidskaart worden de thema's bovendien allemaal nog eens tot een 'beleidskaart' (zie rechts) bij elkaar geveegd en wordt duidelijk wat de "eisen", "wensen" en "kansen" zijn. Het komt er nu op aan dat het document zich een plaats verovert bij de ruimtelijke plannenmakers van provincie (streekplan) en gemeenten.
Vanaf eind 2000 is in kringen van de Zuid-Hollandse natuur- en milieubescherming discussie gevoerd over de gevolgen van het actuele waterbeleid voor natuur en landschap en over voorstellen voor waterbeheer die groene waterschapsbestuurders daaraan zouden kunnen ontlenen. In oktober is daarover met vertegenwoordigers van Consept (het samenwerkingsverband van 7 Zuid-Hollandse N&M organisaties) van gedachten gewisseld, en in januari wordt de discussie met groene waterschapsbestuurders in Zuid-Holland voortgezet.
Het waterbeheer is sinds de bijna-overstroming van het rivierengebied in 1995 en de wateroverlast in sommige lage gebieden van Nederland in 1998 grondig heroverwogen. De commissie Waterbeheer in de 21ste eeuw heeft dat in 2000 allemaal netjes opgeschreven en de minister van Verkeer in Waterstaat heeft dat toen in Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. "Ruimte voor water" is de rode draad in dat beleid. Technische oplossingen als sterkere gemalen, volstaan niet meer als mensen in deze lage-landen-bij-de-zee kunnen blijven leven.
De
richting waarin het waterbeleid dus verandert, biedt aan natuur en
landschap tal van kansen. Watereisen stellen bijvoorbeeld hardere
grenzen aan waar nog gebouwd kan worden en het waterbeleid wordt zo
een zelfstandige factor in de ruimtelijke ordening. De trits
vasthouden-bergen-dan
pas afvoeren biedt voorts betere
kansen voor gebiedseigen watersystemen. Dit betekent bijvoorbeeld ook
veel meer fluctuaties in de slootpeilen in de polders, wat weer aan
herstel van oever- en moerasvegetaties kan bijdragen.
Maar het is evenmin ondenkbaar dat de bescherming van natuur en landschap met innerlijke tegenstrijdigheden wordt geconfronteerd. In agrarisch veenweidegebied bijvoorbeeld heerst nu doorgaans een peilregime van hoog zomerpeil en lager winterpeil. De bedenkingen hiertegen zijn velerlei. Voor het instellen van dat hogere zomerpeil is o.a. nodig dat "gebiedsvreemd" rivierwater wordt ingelaten en dat is voor de natuur ongewenst. Maar het omgekeerde (hoger winterpeil, lager zomerpeil, ook wel het "natuurlijke peil" gedoopt) is ook niet zonder problemen. Zo'n "natuurlijk" peilregime mag dan voor de oevernatuur gunstig zijn, maar het versnelt wel de mineralisatie van veen (die treedt vooral in de zomer op) en dus de bodemdaling. Door deze ogenschijnlijk nogal technische discussie speelt dan vanzelfsprekend ook nog hoe we het beste zeldzame natuurtypen als schraallanden kunnen beschermen. Een voorlopig resultaat van de discussies is dat het vizier meer gericht moet worden op grondwater. Dat is bepalend voor het lokale ecosysteem en wordt lang niet alleen door slootpeilen aangestuurd.
We komen hier ongetwijfeld op terug. De stand van zaken in deze discussie dd. mei 2001 (niet helemaal bijgewerkt dus) is hier te vinden.
In ons commentaar op het ontwerp-streekplan Zuid-Holland West gaat het om de volgende punten:
De volledige tekst van de reactie staat hier.
Hoewel we over de aansluiting van het structuurplan Haaglanden met het nieuwe streekplan wel een kritische opmerking maken, was ons toch ontgaan dat de verschillen zo groot zijn als het stadsgewest Haaglanden in zijn commentaar laat weten. In de nieuwsbrief Regionieuws rept het stadsgewest zelfs van "een groot aantal punten", o.a. op het gebied van bebouwingscontouren, verstedelijkingsbehoefte en openbaar vervoer. Dát zulke verschillen nu dreigen te ontstaan, schept een planologisch-juridisch volkomen idiote situatie. De beweringen van tal van regionale bestuurders dat zoiets echt niet zou gebeuren, zijn dus niet meer geweest dan bezweringen.
Het intussen gesneuvelde Kabinet Balkenende wist na zijn aantreden niet hoe snel de bescheiden ambities van de 5e nota Ruimtelijke Ordening om zeep moesten worden geholpen. Vastgoedtypes en andere vrije jongens zagen natuurlijk niets in "rode contouren" en het wetenschappelijke inzicht dat meer asfalt echt niet helpt tegen de files (Nederland heeft al het dichtste wegennet van Europa). Als het buitenstedelijk gebied verrommeld is en de files staan vast op nog veel meer en bredere wegen, ach dan zien we wel weer. Dan hebben we daar tenminste maar weer aan verdiend, denkt men kennelijk.
Dat de levensfilosofie in deze kringen ook een sterke anti-natuur component heeft, kon men - mocht men daar nog aan twijfelen na het besluit dat er geen geld meer was voor natuuraankopen - vaststellen bij de stemmingen op 5 november in de Tweede Kamer. De inkt van de nieuwe flora- en faunawet is nog niet droog, of de slimme dieren waar een vastgoedproleet, een advocaat van kwade zaakjes of een CDA-politicus (die staan in zulke debatjes altijd vooraan te krijsen) intellectueel niet tegen op kan, moeten maar weer bejaagd worden. Maar het ging nog om veel andere zaken. Het treurig overzicht hebben we hier neergezet.
De
Initiatiefgroep en veehouder Jan Duijndam zijn nauw betrokken bij het
ontwikkelen van een pilotproject voor de Polder van Biesland. In deze
proef wordt samen met medewerkers van Alterra (Wageningen), de
provincie Zuid-Holland en het ministerie van LNV geprobeerd een
nieuw, aansprekend voorbeeld te maken van een modern, natuurgericht
veehouderijbedrijf, waarbij de productie van (biologische) melk niet
meer de enige doelstelling van het bedrijf is, maar bijvoorbeeld ook
groene en blauwe diensten. De opzet gaat uit van een nieuw
financieringsmodel, het extensiveren van het agrarisch gebruik van
aanzienlijke delen van de polder, het opnemen van ambitieuze natuur-
en landschapsdoelen in de bedrijfsvoering en het inspelen op actuele
ontwikkelingen op het terrein van het waterbeheer (berging,
peilfluctuaties, oevernatuur e.d.).
De komende paar maanden moeten nog enkele lastige klippen worden omzeild om deze pilot het groene licht te geven. Zo wordt er in januari een bijeenkomsten over de financiering gehouden en vindt er een "wintersymposium" (24 januari) plaats over dit onderwerp.
Een eerste aanzet voor het plan is door ons in het voorjaar van 2002 opgesteld. We geven deze link hier met veel voorbehoud, want de discussies over het plan zijn nog in volle gang en zullen er op enkele punten zeker anders uitzien.
In juli '02 kwamen plannen naar buiten voor het TU-zuid gebied en recentelijk ook voor het TU-noord gebied.
Op
het TU-zuid gebied (tussen Kruithuisweg en Karitaat Molensloot) van
126 ha wordt een Technopolis gedacht met het accent op hightech- en
r&d bedrijven. Dat is niets nieuws, zo'n soort bestemming staat
al minstens een jaar of zes op de kaart van de diverse overheden en
het TU-bestuur, maar nieuw en ietwat vreemd is toch wel dat de
feitelijke ontwikkeling aan de TUDelft en vastgoedontwikkelaars wordt
overgelaten. Zonder risico is dat zeker niet, ook al is er voor de
oevers van de Thijssevaart bescherming geregeld en worden er wandel-
en fietsverbindingen met het recreatiegebied ten zuiden van de
TU-wijk voorzien. Een Londens bureau (Gensler) zal de plannen
uitwerken.
Het TU-noord gebied wordt een gebied met studentenwoningen, een ontmoetingsplaats voor buitenlandse studenten en mogelijk een hotel. Punt van zorgelijke aandacht is hier de toekomst van de botanische tuin, die immers een belangrijke (broed)vogelbevolking herbergt en ook een stinsenflora kent die het beschermen waard is. De nieuwe bestemming van de oude panden aan Mijnbouwstraat, Mijnbouwplein en Kanaalweg hoeft hierop geen inbreik te zijn, maar de geruchten die eind juli in de pers kwamen over de omvorming van de tuin naar "bomen, gras en paden", wijzen erop dat sommige TU-bestuurders misschien denken dat "hoogwaardig" groen zich door steriliteit kenmerkt. Mocht dat zo uitpakken, dan zullen we ze van zulke opvattingen gedocumenteerd afhelpen.
De DiGiTaLe DuiNKRaNT van de Stichting Duinbehoud en de E-mail nieuwsbrief KustMail van het samenwerkingsverband Kust en Zee (EcoMare, Stichting de Noordzee, Stichting Duinbehoud en Kustvereniging EUCC) zijn samengevoegd tot een: MAANDELIJKSE E-MAIL NIEUWSBRIEF OVER KUSTBEHEER, met informatie over beleidsontwikkeling, wetgeving, beleidsuitvoering, projecten, publicaties en bijeenkomsten, in het bijzonder op het gebied van integraal kustbeheer, natuurbeleid en beheer. Aanmelden kan via nieuwsbrief@kustenzee.nl met de vermelding 'aanmelding'.
De Papaver, Korftlaan 6, open van ma-vr van 10-17 u., zo 13.30-16.30 u.
[de complete lijst van de literatuur waarover de Initiatiefgroep de beschikking heeft staat ook op deze netplek]
Digitaal: