|
Nieuwsbrief nummer 22 juli-oktober 1996 Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft |
Met de sector Ruimte en Groen van de dienst Stadsontwikkeling wordt sinds het voorjaar regelmatig overleg gevoerd over mogelijkheden om in de sfeer van wijk-, groenbeheer- en onderhoudsplannen (kostenneutraal dus) zo veel mogelijk uitvoering te geven aan het twee jaar geleden vastgestelde natuurplan.
Het overleg is afgelopen maanden zover gevorderd dat voor enkele stadswijken, waar nieuwe wijkbeheerplannen voor in de maak zijn, een ruimtelijke natuurstructuur is aangegeven met een daarbij behorend natuurbeheer. Het gaat hier om de groenzones rond de Bomenwijk en om de groenstructuur van park Buitenhof, Van der Slootsingel, Bachsingel en Buitenhofdreef. Water en oevers spelen hierbij een grote rol.
Verder zullen bij de andere wijkbeheerplannen de gevolgen van de eerder vastgestelde stedelijke ecologische hoofdstructuur worden meegenomen.
Het beheer dat de naam natuurbeheer verdient houdt o.a. in dat het maaien van bermen gefaseerd gebeurt (d.w.z. dat een deel van de (bloeiende) vegetatie blijft staan en ongeveer 30% van de afgestorven kruiden zal overwinteren). Hierdoor ontstaan gunstige omstandigheden voor verspreiding van planten die i.h.a. door strikte maairegimes benadeeld worden en (vooral) mogelijkheden voor fourageren, dekking en overwintering voor talloze dieren.
Oevers in Delft
Naar aanleiding van een conflict tussen het Hoogheemraadschap en de gemeente Delft over het gebruik van gewolmaniseerd hout voor een schoeiing in de Hoornse Hof heeft de Initiatiefgroep in een brief-op-poten aan het gemeentebestuur nog eens gewezen op het achterblijvend natuur- en waterbeleid van de gemeente. Er is sprake van een impasse bij het realiseren van integraal waterbeheer. Inrichting en beheer van oevers bieden voor natuur en milieu in de stad veel ruimere mogelijkheden dan wat de gemeente er nog steeds van maakt: een traditionele, strakke, steriele schoeiing. De Delftse krant besteedde aan de felle brief de nodige aandacht.
Naar aanleiding van de brief is er met verschillende gemeentelijke afdelingen die bij inrichting en beheer van oevers zijn betrokken, overleg geweest. Hieruit is de afspraak voortgekomen om op 20 november een klein symposium met excursies te houden om het onderwerp oevers eens goed voor het voetlicht te brengen.
In het kader van de uitvoering van het milieubeleidsplan Duurzaam Delft 2 (DD2) wordt gewerkt aan een monitor die niet alleen de emissies en de beleidsinspanningen in beeld brengt, maar ook een betrouwbare indicatie geeft van de ontwikkeling van de kwaliteit van natuur en milieu. De Initiatiefgroep denkt hierin mee, m.n. wat betreft de keuze van de biologische kwaliteitsindicatoren en heeft daarbij voorgesteld:
Beide laatste gegevens zijn ook nodig om de waterkwaliteitsmetingen van het hoogheemraadschap (die dat maar eens in de vier jaar doet) aan te vullen.
Andere indicatoren die hoogstwaarschijnlijk in de Delftse monitor terechtkomen, zijn o.a. (we doen een kleine greep uit de lijst):
Belangrijke criteria voor de keuze van de indicatoren is dat de gegevens gemakkelijk te vergaren zijn en dat ze op een aansprekende manier voor het voetlicht brengen hoe het locale milieu er voor staat en hoe het zich ontwikkelt. De keuze van de indicatoren is intussen grotendeels gemaakt.
Over de onenigheid tussen het Hoogheemraadschap en de gemeente Delft aangaande de oevers van de vijver in de Hoornse Hof is verslag gedaan onder [A1].
Aangaande de door de IND voorgestelde ecologische verbinding tussen de TU-wijk en het Middendelflandse gebied (tussen de Rotterdamseweg en de A-13) heeft de Reconstructiecommissie de Initiatiefgroep uitgenodigd met een uitgewerkt voorstel te komen. Op dat voorstel is onlangs positief gereageerd. De reconstructiecommissie is bereid de werken aan de zuidoever van de molensloot voor zijn rekening te nemen. Aan de noordkant zal de TU voor de kosten (hooguit een paar duizend gulden) moeten opdraaien.
Zoals bekend is het standpunt van de Initiatiefgroep dat in de VINEX-locaties de stedelijke ecologie ten volle aan bod moet komen. Wat dat betreft is het gekozen ambitieniveau van het plan Ypenburg domweg te laag.
Verder zijn wij voor het open houden van de Bras. In dat verband is een nieuw gegeven dat de stemmen van Nootdorpse burgers tegen dit deel van het plan steeds luider worden. Wie weet helpt het nog . . .
De IND heeft met de andere natuur- en milieuorganisaties in het Haaglandse gewest, die zich toeleggen op het beïnvloeden van het regionale natuur- en milieubeleid, overleg gestart om te proberen ons optreden te coördineren.
Aandachtspunten voor de komende tijd zijn m.n. de structuurschets Haaglanden, de VINEX-locaties en de kustlocatie.
Op landelijk vlak wordt door de glastuinbouworganisaties en de stichting Natuur en Milieu gewerkt aan de uitwerking van de intentieverklaring over glastuinbouw en milieu. Wij ondersteunen initiatieven die een doorbraak kunnen betekenen naar een veel lagere milieudruk vanuit de glastuinbouw. Onze streek gaat daar immers flink onder gebukt.
Maar de intentieverklaring was o.i. te eenzijdig gericht op de ontwikkeling van grootschalige bedrijven (zeg maar industrialisering) en te weinig op de noodzakelijke verandering in de gewaskeuze en teeltsystemen van de sector.
Die bezwaren zijn alleen maar groter geworden nu een studie van het Centrum voor Landbouw en Milieu, gedaan in opdracht van de onderhandelende partijen, uitsluitend gaat over technische voorzieningen om de milieubelasting te beperken. Op die manier wordt de glastuinbouw nog kapitaalintensiever en grootschaliger.
In het streekplan Zuid-Holland West is de ecologische en recreatieve verbinding tussen Midden-Delfland en het Groene Hart (via Ackerdijk, oostkant van Pijnacker en westkant van Zoetermeer) groenblauwe slinger gedoopt. In opdracht van de provincie houdt de Heidemij de komende tijd verschillende studiedagen in de streek om ideeën voor de invulling van deze slinger te genereren. De IND heeft zich voor deze studiedagen aangemeld en bereidt voorstellen voor.
Het maaien in de Kerkpolder gebeurde in de zomer met zo weinig oog voor natuurwaarden, dat wij het recreatieschap Midden-Delfland er een brief over geschreven hebben met een reeks suggesties voor verbetering. Het was ons ook hier weer te doen om het gedeeltelijk sparen van water-, oever- en zoomvegetaties (o.a Krabbescheer!) en (daarmee) van waterkwaliteit en insectenpopulaties. Wij menen dat een dergelijk mede op natuurwaarden gericht beheer niet strijdig is met de recreatieve functies van het gebied, maar er juist een meerwaarde aan verleent.
In een wat vage brief antwoordt het recreatieschap dat het "in de bedoeling ligt een vernieuwd beheersadvies op te stellen. Hierin zal ook de nodige aandacht aan uw suggesties worden geschonken."
Contouren Strategisch Vastgoedplan
Het TU-bestuur lanceerde onlangs het lang verwachte vastgoedplan. Het overgrote deel is voor een groep als de IND niet interessant (bijvoorbeeld waar het gaat om verkoopbare gebouwen en gronden), maar het is niettemin teleurstellend dat wat betreft de terreinen die de TUD op langere termijn wil behouden, geen visie op de inrichting wordt ontvouwd. De IND had daar nochtans nuttige ideeën voor aangedragen, nl. de TUD als proefterrein en de TUD als voorbeeld. In het nagenoeg negeren van deze ideeën berusten wij uiteraard niet.
In juni is het plan om de vijver van de faculteit Werktuigbouwkunde van natuurvriendelijke oevers te voorzien, uitgevoerd. Het idee om voor het inplanten van de oevers materiaal te gebruiken dat bij het slootmaaien beschikbaar komt, moest om allerlei redenen worden verlaten. De benodigde oeverplanten zijn nu gekocht en worden eind oktober ingeplant.
24-10 Haaglands overleg
6-11 Studiedag water in de stad, Zeist
12-11 NPSE-werkgroep: projecten van integraal waterbeheer in A'dam
14-11 informatieavond hoogheemraadschap van Delfland, Pijnacker
20-11 symposium oevers gemeente Delft
21-11 V.V. Delfland
28-1-97 milieuplatform gemeente Delft
Aan de drie stadsecologische fietstochten, die de IND op 28 mei, 14 juli en 6 oktober heeft gehouden, hebben in totaal 80 mensen meegedaan. Dat beschouwen we als een succes.
Tijdens de eerste fietstocht werden verschillende objecten in het westelijk deel van Delft bezocht en becommentarieerd. De route van de tweede fietstocht ging van de oostelijke binnenstad van Delft naar Nootdorp, Pijnacker en enkele natuur- en recreatiegebieden in de omgeving. De derde fietstocht had de stadranden van Delft, Schiedam en Vlaardingen rond Midden-Delfland ald hoofdonderwerp. Voor 1997 zal een nieuw programma worden samengesteld.
netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com