Nieuwsbrief nummer 24
april - oktober '97
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft
In Nieuwsbrief 23 beschreven we hoopvol dat er met verschillende afdelingen van de gemeente afspraken waren gemaakt over natuurvriendelijk beheer en over natuurvriendelijke oevers. Graag hadden we, nu het groeiseizoen van 1997 achter de rug is, gewezen op de resultaten van dit veranderde beheer en wat we van deze vernieuwing allemaal wel niet geleerd zouden hebben. Maaaaarrrr, van het realiseren van die afspraken kwam in het afgelopen jaar niets terecht. Van een gefaseerd beheer van bermen, van het gedeeltelijk laten overwinteren van oevervegetaties (zo belangrijk voor insecten en dekking voor dieren) in Bomenwijk en de singels van de Buitenhof, is geen sprake geweest.
De afspraak over natuurvriendelijke oevers, resultaat van het symposium over natuurvriendelijke oevers met liefst vijf afdelingen van de gemeente, verging het al niet veel beter. Een fraaie gelegenheid om het nieuwe beleid aan de 300 meter oever langs het nieuwe fietspad bij Ikea in de praktijk te brengen, werd grandioos gemist. Op een plek die bij uitstek geschikt is voor een natuurvriendelijke oever, werd weer zo'n fantasieloze beschoeiing neergekwakt. Is het onwil, desinteresse, onkunde? Wij weten het antwoord, maar verklappen het niet.
In april kwam een evaluatie van het Delftse milieubeleidsplan uit waarop wij hebben gereageerd. We noemen de belangrijkste punten:
Milieutoets ontwikkelen
In de ruimtelijke ordening en de waterschapswereld is, mede als voorbereiding op de vierde nota waterhuishouding, volop het idee van water als ordenend element in discussie: "Ruimtelijke ordening op waterbasis". Het gaat daarbij zowel om het ordenend principe, dat op het niveau van streekplannen tot uitdrukking kan komen, als om de daadwerkelijke invulling (bestemmingsplannen). Het lijkt ons raadzaam om deze ontwikkeling in de milieutoets op te nemen.
implementatie GIM
Dat het proces naar een Gemeentelijke Interne Milieuzorg niet probleemloos verloopt is, vooral wegens de reden van het "gebrek aan motivatie" verontrustend, omdat de gemeente voor burgers en bedrijven een handhavende en voorbeeldstellende rol toevalt.
Milieuzorg bedrijven 9, locatiebeleid)
De onduidelijkheid over de praktische invulling van het locatiebeleid zal er mede toe bijgedragen hebben dat de ecologische randvoorwaarden voor Delftechpark I, waarover in de ontwerpfase afspraken gemaakt zijn, niet in acht zijn genomen. Het opknappen van de watergangen door inzet van natuurvriendelijke oevers en kwaliteitsbaggeren (het ontdoen van de waterbodems van een dikke laag bladval) behoorde daartoe. Het uitgeven van gronden tot aan de waterlijn maakt een dergelijke aanpak zo goed als onmogelijk.
voorlichting ecologisch groenbeheer
Voorlichting over ecologisch groenbeheer door een gemeente die daaraan de afgelopen (pakweg) tien jaar wel erg weinig heeft gedaan, is niet erg overtuigend. Het komt er nu op aan een paar heldere en consequente voorbeelden te ontwikkelen, bijvoorbeeld conform de voorstellen die wij in het overleg met OOR voor de Bomenwijk en de Buitenhof hebben uitgewerkt.
opstellen waternota / samenwerking met Delfland
Wij zijn er voorstander van dat de gemeente in samenwerking met het Hoogheemraadschap een waterplan opstelt. Zo'n waterplan dient aanmerkelijk meer onderwerpen te behandelen dan de 5 punten die onder 1. zijn opgesomd. Riolering, beperking van verharding, oppervlaktewater- en oeverbeheer, terugdringen diffuse bronnen zijn zo wat zaken, die in samenhang met elkaar in zo'n plan kunnen worden opgenomen.
Natuurvriendelijk beheer van oevers
Natuurvriendelijk beheer van oevers heeft vooral zin in samenhang met een natuurvriendelijke inrichting (geen steile, harde oevers dus) en met een vegetatiebeheer dat recht doet aan zowel de ecologische als de civieltechnische functie (vegetatie als constructiemateriaal).
Onze groep is al jaren hartstochtelijk pleitbezorger van natuurvriendelijke oevers, niet alleen bij de gemeente Delft, maar bij welhaast alle instanties die daar in onze regio bij betrokken zijn. Bij de gerealiserde projecten zijn tot nu toe steeds aanmerkelijke besparingen bereikt, en in dat licht is de mededeling dat "geen budget beschikbaar is voor een structureel andere aanpak" naar onze mening tamelijk onzinnig. o
In oktober (!) ontvingen wij een reactie op onze brief, waarin o.a. werd meegedeeld dat een aantal opmerkingen in de tweede evaluatie zullen worden behandeld en dat men van de afspraken bij de inrichting van Delftechpark I niet op de hoogte is. En over het ecologisch groenbeheer wordt doodleuk opgemerkt dat die wel niet op de door ons opgegeven plaatsen, maar wel elders tot ontwikkeling is gebracht. Waar dan, in godesnaam!?
Recreatie op eigen benen (ROEB)
Bij het ministerie van LNV zoekt men naar mogelijkheden om de exploitatie van recreatiegebieden te verlichten, bijvoorbeeld door meer ruimte te geven aan het particulier initatief. Dat is het project "Recreatie op eigen benen" (Roeb). Bij de gemeente Delft (Delft omdat LNV misschien Midden-Delfland als proeftuin voor zo'n gewijzigde aanpak wil gebruiken) werd daarover op 20 oktober een kleine conferentie gehouden. De discussie spitste zich toe op de vraag onder welke voorwaarden zulke initiatieven aanvaardbaar zijn. Karakter en toegankelijkheid van het gebied moeten gewaarborgd blijven, maar bij knooppunten in de stadsrand zijn intensieve vormen van recreatie denkbaar.
Het lijkt ons overigens niet uitgesloten dat het ministerie van LNV de mogelijkheden voor commerciële exploitatie overschat. Een onderzoeker liet tijdens de conferentie een paar staatjes zien, waaruit bleek dat uit forse investeringen van de overheid en bedrijfsleven maar een marginaal rendement te putten valt. Daarmee komt die voorwaardendiscussie een beetje in de lucht te hangen.
Een jaar geleden publiceerde het gemeentebestuur een discussiestuk over een nieuwe ontwikkelingsvisie. Onze reactie daarop stond in de vorige nieuwsbrief.
Men kondigde aan dat in het late voorjaar van 1997 de afrondende discussie over de visie zou plaats hebben, maar wat we in die periode ook zagen, geen ontwikkelingsvisie.
In het voorjaar heeft de Initiatiefgroep op initiatief van een agrariër, die de overstap aan het maken is naar biologische veehouderij, een plan gemaakt voor de Bieslandse Bovenpolder (tussen de vuilstort en de Korftlaan). Het plan behelst:
De polder, die door sommige locale politici wordt gezien als een gebied dat "nog een bestemming moet krijgen" (men bedoelt dan woningbouw), krijgt door dit plan niet alleen een stevige ecologische grondslag (ook al door de relatie met de gebieden ten oosten ervan) en een invulling die uitstekend past in het scala van recreatieve mogelijkheden die de Delftse Hout biedt, het krijgt ook een steviger economisch fundament.
Bij de provincie Zuid-Holland en het ministerie van LNV, heeft het plan een warm onthaal gekregen, en bij de Hogeschool Delft bestaat voor het project belangstelling vanwege de educatieve kanten. Als de geruchten ons niet bedriegen zal ook het Delftse gemeentebestuur positief op het plan reageren.
Met het oog op de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen van maart 1998 verstuurde de Initiatiefgroep eind augustus een brief aan de locale politieke partijen.
In die brief werd allereerst aandacht geschonken aan de belabberde uitvoering van vastgesteld beleid. De nota's Ruimte voor Natuur uit 1994 en het Milieubeleidsplan 1995 zijn wat de natuur betreft dode letters geweest. Pogingen onzerzijds om dit gebrek aan stootkracht te doorbreken, leidden tot afspraken met de gemeente die op hun beurt niet tot uitvoering kwamen (zie [A1]). Onze zure conclusie is dat in de kennisstad Delft, waar veel kennis over de duurzame stad aanwezig is, die kennis vooralsnog aan de gemeente voorbijgaat.
Vervolgens worden in de brief een aantal voorstellen gedaan, die hier sterk verkort worden weergegeven.
1. Het daadwerkelijk inrichten en (aangepast) beheren van de Delftse ecologische hoofdstructuur
Het is een misverstand dat de ecologische hoofdstructuur alleen betekenis heeft als groene dooradering van de stad, leuk voor natuurkenners, ergerlijk voor hen die steriele gazons en even strakke waterkanten mooi vinden. De ecologische hoofdstructuur is bittere noodzaak om het ecosysteem "stad" enige veerkracht te geven en het zelfreinigend vermogen van bodem, water en lucht in de stad te vergroten.
2. Het opstellen van een gemeentelijk waterplan: ruimte voor water
Een integrale kijk op stedelijk water, een enkele passage in het milieubeleidsplan ten spijt, ontbrak tot nu toe bij de gemeente Delft. Deze impasse wordt nog eens versterkt door de (bestuurlijk en ambtelijk) verslechterende verhouding met het Hoogheemraadschap.
In het gemeentelijk waterplan zouden de volgende onderwerpen in samenhang met elkaar moeten worden bekeken:
3. Gebiedsgerichte onderwerpen
A. Plan voor biologische landbouw, natuur en recreatie in de Bieslandse Bovenpolder (zie [A12]).
B. TU-wijk zuid
In samenwerking met de TU Delft heeft onze groep een aanzet gegeven voor een duurzame inrichting van het gebied tussen de Kruithuisweg en de Karitaat Molensloot. De natuurvriendelijke oevers langs de sloot die door ons 'Thijssevaart' is gedoopt, zijn technisch en ecologisch een groot succes. Aan de voorbereiding van andere projecten in het gebied wordt gewerkt, zoals het verbeteren van de ecologische en recreatieve verbinding met het deelplan Abtswoude.
Het is belangrijk dat de stappen die de gemeente zet om dit gebied te 'ontwikkelen' op deze intiatieven voortborduren.
4. Tarieven huishoudelijk afval baseren op energie- en waterverbruik
De gemeente Delft heeft enige jaren geleden de tarieven voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens gedifferentieerd. Zo'n differentiatie gaat ons lang niet ver genoeg, omdat de burger de hoogte van de heffing door beter milieugedrag niet kan beïnvloeden en er dus geen preventieve werking van uitgaat.
Omdat aan een systeem van individueel registreren van huishoudelijk afval het gevaar kleeft dat 'afvaltoerisme' wordt bevorderd, staan wij een tarifiëring voor op basis van water- en energieverbruik (in een nader te bepalen verhouding). De heffing beïnvloedt op die manier dan wel niet rechtstreeks het huishoudelijk afval dat wordt aangeboden, maar wel het algemene milieugedrag van de burger.
De gemeente Delft heeft tot nu toe niet willen meewerken aan een onderzoek naar dit systeem. Zo'n onderzoek zou o.i. aan het licht brengen dat er bij de huishoudens een duidelijk verband is tussen afvalproductie en gebruik van gas, water en licht. Als dat verband in voldoende mate bestaat, kan een administratief eenvoudig, sociaal rechtvaardig en preventief werkend afvaltarief worden ingevoerd.
Na een jaar of drie vertraging door allerlei procedures, is dan eindelijk de opknapbeurt van Akkerdijk begonnen: het om het natuurgebied leiden van het water van het kassengebied bij Oude Leede en het baggeren van de plassen. Dat laatste gebeurt met een zuigtechniek, waarbij de bagger door buizen naar de opslagbassins wordt getransporteerd. Het baggerwerk duurt nog tot 1999.
Om uiteindelijk te komen tot een nieuw waterbeheersplan (WBP99) heeft Delfland een discussienotitie opgesteld dat aan overheden, belangengroepen en belangstellenden voor commentaar is toegezonden. Men kan tot 1 december reageren. De Initiatiefgroep bestudeert het stuk momenteel en zal er in de volgende nieuwsbrief verslag over doen.
Samenwerking met gemeenten
Eerder dit jaar zond Delfland een concept-nota naar gemeenten over de rol van water in de ruimtelijke ordening en het (stedelijk) beheer (de nota 'bestemmingsplannen'). Twee maanden na sluiting van de reactietermijn kwam de gemeente Delft ook nog eens met een reactie aanzetten, en die was van het gebruikelijke op-de-teentjes-getrapte soort. Of het waterschap, door zich met ruimtelijke ordening te willen bemoeien, niet buiten zijn competentie trad? Ach ja, van nota's als 'Ruimtelijke ordening op waterbasis' (VROM, 1996) heeft men kennelijk nog niet gehoord.
Uit de inhoud van de informatiebijeenkomsten, die Delfland begin november voor belangstellenden organiseerde, en ook uit de bijeenkomsten voor schouwmeesters die in oktober werden gehouden, is duidelijk geworden dat het het waterschap ernst is met het ecologisch verantwoord onderhoud. Er wordt stevig doorgewerkt aan een draagvlak daarvoor.
Uit de besluitvorming eerder dit jaar over het 'structuurspoor' (een benaming voor maatregelen die de veerkracht van het waterecosysteem moeten versterken) bleek dat ook op het punt van de inrichting van water het roer bij het waterschap om is. Nu de gemeenten, projectontwikkelaars en andere landschapsbedervers nog . . .
Na een open planproces van enkele jaren publiceerde de regering op 30 september zijn voornemens voor het toekomstig waterbeleid. De Inspraak loopt nog tot 1 februari 1998. Wij komen er dan op terug.
MER Pijnacker-Zuid
Na het juridische succes van de vereniging voor natuur- en milieubescherming Pijnacker (NMP) tegen de VINEX-locatie Pijnacker-Zuid (Pijnacker, had doodleuk voor de locatie Tolhek de fase van de milieu-effectrapportage overgeslagen) is een situatie ontstaan waarin zowel de breedte van de groenzone Pijnacker-Berkel als het tracé van de N470 ter discussie staat. NMP heeft de te zuidelijke uitbreiding van Pijnacker ook nog eens met een petitie (mede ondertekend door de IND) onder de aandacht van de Tweede Kamer gebracht.
Landschapsbeleidsplan
De Pijnackerse gemeenteraad stelde het landschapsplan in augustus vast. Men nam zowaar de suggestie van de IND over om meer aandacht te schenken aan de groene verbindingen tussen de kern en het buitengebied.
Onze bedenkingen tegen het MER en het voorontwerp bestemmingsplan Ypenburg betrof twee hoofdzaken:
De bezwaren werden door het BOY (Bestuurlijk Overleg Ypenburg) terzijde geschoven. Wij overwegen niettemin om ook tegen het ontwerp bestemmingsplan, dat nu ter visie ligt, bezwaar te maken. Bebouwen van De Bras is o.i. uit den boze vanuit waterhuishoudkundig standpunt. Verder heeft dat stukje Polder van Nootdorp een zeer waardevol weidevogelbestand en is een zekere buffering van het gebied van de Hertenkamp en Nootdorpse Plassen van belang. Om die laatste reden heeft ook de gemeente Delft bezwaar aangetekend.
Over een discussienota over het aanstaande structuurplan van het stadsgewest Haaglanden werd in mei door enige leden van de contactgroep Haaglanden overleg gepleegd met de portefeuillehouder van het stadsgewest. Het daar geleverde commentaar werd in een uitvoerige brief (eind juni) nog eens dunnetjes over gedaan. Die brief kwam op het volgende neer:
In mei werden door de projectorganisatie conferenties gehouden over de Groenblauwe slinger als geheel en over het knelpunt Groenzone Pijnacker-Berkel. Mede op basis van deze conferenties en eerder gehouden consultaties hebben de betrokken adviesbureaus een nieuw rapport opgesteld: "Zicht op de Horizon, een ecologisch-recreatieve ontwikkelingsvisie voor de Groenblauwe slinger". Wij zijn het rapport nog aan het bestuderen. Onze eerste indruk is dat in de inleidende hoofdstukken een frisse kijk doorklinkt, maar dat in de uitwerking de nadruk al te zeer ligt op recreatie en grootschalig water. Wij komen er op terug.
Via de gemeente Delft kregen we inzage in een ideeënlijst met compensatiemaatregelen voor de aanleg van de A-4 door Midden-Delfland. Twee suggesties onzerzijds zouden aan de lijst worden toegevoegd: de ecologische en recreatieve verbinding tussen TU-wijk en Midden-Delfland, en de aansluiting op nog te ontwikkelen groenzones in het Westland (in het kader van het IOPW).
Wij blijven overigens tegen de verlenging van de A-4 door Midden-Delfland.
Nieuw plan TU-wijk
Bij de TU wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe visie op de wijk. Vanuit de vastgoeddienst en de milieudienst zijn daar dezer dagen de randvoorwaarden voor opgesteld. Riek Bakker is door de TU ingehuurd om het plan verder uit te werken en tot uitvoering te brengen.
Ontwerpproject Bouwkunde
In het kader van IMAGO (milieuaspecten in de gebouwde omgeving, module D9) werd ter voorbereiding van een ontwerpopgave uitvoerige informatie gegeven over de TU-wijk zuid. De ontwerpen voor een ecologische woonwijk in het gebied werden in oktober gepresenteerd. De ontwerpopdracht wordt volgend jaar herhaald.
Vijver Werktuigbouwkunde
Begin juli is maaisel uit de Maaslandse vlietlanden over de oever verspreid. Hiertoe was besloten nadat de stekken van diverse oeverplanten, die vorig najaar waren geplaatst, het door winter en ganzenvraat af hadden laten weten. Wij zijn zeer benieuwd wat er volgend voorjaar te zien is.
Thijssevaart
Het oostelijke en het westelijke deel van deze in totaal 1600 meter lange oever ontwikkelt zich verschillend, maar hoe dan ook zeer boeiend. De door de stichting Commissie Natuur en Milieu in mei en augustus uitgevoerde monitoring van oever en water leverde een zeer biodivers beeld op. De rapportage erover verschijnt rond de jaarwisseling.
Studenten voerden metingen uit aan het oeverprofiel en aan enkele fysische parameters.
Vijvers CT
Een 8-vormige vijver bij Civiele Techniek werd afgelopen voorjaar van een natuurvriendelijke oever voorzien, terwijl ook de lichttoetreding werd verbeterd
Het afgelopen seizoen werden drie stadsecologische fietstochten gehouden; 29-5 TU-wijk en Groenblauwe slinger 6-7 Delft noordoost 5-10 stedelijke ecologische structuur.
De deelname (ca 15 deelnemers per keer) was dit jaar wat minder dan het voorgaande jaar. De tocht van 5 oktober was speciaal geprogrammeerd voor locale politici, maar die lieten het afweten. Dat zou niet zo erg zijn, als ze in hun bestuurspraktijk maar eens blijk gaven van enig inzicht in deze materie. Au, daar raken wij een teer punt.
De Initiatiefgroep heeft voor deze prijs deze keer weer een inzending ingestuurd. In de volgende nieuwsbrief berichten we wat voor plan het was en of het in de prijzen is gevallen.
netplek Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft | ind@datadelft.com