Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft beginpagina
| archief
nieuwsbrieven |
plannen
en commentaar op plannen
| commentaar
op ontwikkelingsplan TU-Noord secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 Delft, 4 december
2006 Reactie
voorontwerpbestemmingsplan TU-midden Geachte college, In deze reactie beperken wij
ons tot enkele algemene kanttekeningen over de beschreven
gebiedsontwikkeling. Ze betreffen niet in alle gevallen
zaken die binnen het beperkte kader een bestemmingsplan of
zelfs van de bevoegdheden van een gemeente vallen, maar die
wel bij discussies over het bestemmingsplan een rol
spelen. - Zoals in de andere recente
en actuele bestemmingsplannen is er ook in dit voorontwerp
voor TU-midden geen reflectie op relaties (verkeer, milieu
e.a.) met naastgelegen gebieden. In § 5.2.3 staat een
summiere verwijzing naar de relatie met Schieoevers en
Technopolis, en dat is het dan. Het is toch niet zo dat het
bestuderen van die relaties en het ontwikkelen van een visie
in groter verband krachtens het Handboek Bestemmingsplannen
verboden is? - In het ontwerp wordt
wederom ingezet op inbreiding en verdichting, maar het besef
ontbreekt dat daarmee de nagestreefde flexibiliteit op
termijn vermindert. Dit geldt zeker voor de vestiging van
liefst 2 hogescholen. Een dergelijke concentratie
van hoger techniekonderwijs versterkt de monocultuur en
heeft o.i. meer nadelen dan voordelen. Zo is het weghalen
van instellingen voor hoger techniekonderwijs uit
bijvoorbeeld Den Haag niet goed voor de niet al te
florissante positie van het Nederlandse hoger
beta-onderwijs. Het zijn plannen die door de
betrokken onderwijsinstellingen worden bedacht en
uitgevoerd; het bestemmingsplan faciliteert slechts.
Tegelijkertijd weet eenieder dat wijsheid bij de besturen
van grote onderwijsinstellingen een schaars artikel is en
dat niet de onderwijskwaliteit maar de status van de
managers het oogmerk zou kunnen zijn van deze operaties.
- Het in ontwerp nogal
steriele plan voor het Mekelpark is inmiddels ten koste
gegaan van waardevolle groenelementen aan de buitenkant van
het TU-middengebied. Van een evenwichtige aanpak, waarbij
een betere benutting van de ruimte in het TU-middengebied in
balans is met de natuurwaarden in het TU-gebied dreigt zo
niks terecht te komen. De aandacht bij gemeente en TU voor
de natuur in de woon- en werkomgeving is trouwens sinds
ongeveer 2000 sterk afgenomen. Dat, zoals op p. 33 staat,
wordt ingezet op groene dooradering van de wijk, zal in
eerste instantie herstel van recent toegebracht verlies
moeten betekenen. Of het vastgoedbeheer van de TU Delft zich
dat bewust is lijkt ons zeer twijfelachtig. Om te besluiten nog enkele
korte opmerkingen: - In § 6.1.1. wordt ten
onrechte gesteld dat de oevers van de TNO-vijver
natuurvriendelijk zijn ingericht. Dat geldt voor slechts een
klein deel van de oeverlengte. - De vijf in § 6.2.2
genoemde watermaatregelen zijn zeker gewenst, maar zijn op
de plankaart helaas nog niet terug te vinden. Zijn ze
daarmee vrijblijvend verklaard? - Het aanvragen van hogere
grenswaarden voor de nieuwbouw van hogescholen en
studentenhuisvesting is o.i. een bedenkelijke weg ( "§
6.5.4 Voor de nieuwbouw van de hogescholen en de
studentenhuisvesting zijn hogere grenswaarden
noodzakelijk.") Het versterkt onze indruk dat
projectontwikkeling en daarmee gepaard gaande vergroting van
het inwonertal in Delft steeds een hogere prioriteit krijgt
dan de kwaliteit van woon- en werkomgeving. Het streven naar
een duurzame stad is naar onze waarneming al achter de
horizon verdwenen. Met vriendelijke
groeten, mede namens de
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, L.C. van Doorn
Betreft:
Commentaar op voorontwerp en bestemmingsplan
TU-Midden
Stichting
Commissie Natuur en Milieu Delft