Initiatiefgroep
Natuurbeheer in Delft beginpagina
| archief
nieuwsbrieven |
plannen
en commentaar op plannen
| commentaar
op ontwikkelingsplan TU-Noord 22 maart
2007 Geachte leden van de
Raadscommissie Ruimtelijke Ordening, Bij het bestuderen van de
reactie van de gemeente Delft op de commentaren die van
diverse kanten op het ontwerp bestemmingsplan TU-noord zijn
geleverd, wordt opnieuw duidelijk dat de gemeente met de
aanpak van zijn bestemmingsplannen op de verkeerde weg zit.
Men maakt van een aanvankelijk als "conserverend"
gekwalificeerd bestemmingsplan een waagstuk van
transformatie en intensivering waarbij "even" niet is gelet
op de kwaliteit van de leefomgeving van de huidige bewoners,
daaronder begrepen plant en dier. We brengen de argumenten
onder in vier hoofdpunten die niet alleen TU-noord, maar het
hele gemeentelijke beleid raken. Het verband tussen de lijnen
die het gemeentebestuur uitzet en wat via
verkiezingsprogramma's in bijvoorbeeld het coalitieaccoord
terecht is gekomen, is volkomen zoek. In die documenten vind
je in het algemeen geen onzin over dat Delft 100.000
inwoners nodig heeft of dat verdichting ten koste zou mogen
gaan van groen en natuur, of dat Bomennota en Ecologienota
maar het best gebruikt kunnen worden om het groen zo veel
mogelijk de stad uit te persen. Integendeel. In het
coalitieaccoord staat dat intensief gebruik van grond juist
nodig is om ruimte maken voor groen. Het is daarom
nauwelijks voor te stellen dat de Delftse gemeenteraad het
ontwerp bestemmingsplan TU-noord, waarin zoveel woon- en
natuurkwaliteit wordt opgeofferd aan platte belangen van
machtige partijen dan wel aan een totaal verkeerd idee van
het begrip "compacte stad", zou goedkeuren. De bestuurders
en onderhandelaars doen er goed aan een flink aantal stappen
terug te zetten, voordat zich een tweede Zuidpoortdrama
voordoet. En zonder die democratische legitimatie maakt het
ontwerpbestemmingsplan bij de verdere procedure sowieso al
heel weinig kans, dus wat let u om pragmatisch te
zijn. Omdat de toelichting op het
bestemmingsplan geen analyses bevat van de intensiveringen
die in naastliggende gebieden plaatsvinden of zullen
plaatsvinden, lijkt het wel of alles wat op het TU-noord
gebied en zijn bewoners zal afkomen als gevolg van die
ontwikkelingen, de gemeente niet interesseert. Twee grote
hogescholen op de zuidwestelijke punt van het plangebied,
een nieuwe Pijnackerse stadswijk aan de oostkant, een
verdere intensivering aan de noordoostkant van wat voor het
gebied al een zware belasting betekende, nl. Delftse
Poort-Zuid, en het monsterlijke en de van elke natuur
beroofde Zuidpoort aan de noordkant. Het stadsbestuur had
als gevolg van die ontwikkelingen allereerst op zoek moeten
gaan naar mogelijkheden om de gevolgen van dit alles het
hoofd te bieden, maar nee, in de onderhandelingen met
partijen aals de TUD, Proper-Stok en DUWO heeft men zich
laten opjagen en heeft de bewoners en de kwaliteit van het
gebied gewoon vergeten. De inspraakreacties van deze
vastgoedpartijen laten de ongeduldige begerigheid van deze
partijen en de bedeesde nederigheid van de gemeentelijke
onderhandelaars onverbloemd zien. Hoewel er in de
toelichtingen op de bestemmingsplannen steeds een
hoofdstukje voorkomt met de titel "gebiedsvisie", spat het
gebrek aan visie er werkelijk vanaf. Men rommelt maar wat,
met als gevolg dat de verdediging van bijvoorbeeld de
verdichting / inbreidingen / intensiveringen bij de talrijke
bestemmingsplannen van de laatste jaten steeds weer een
andere is. In de ene nota van beantwoording beroept men zich
op de binnenstedelijke bouwopgaven die door rijk en
provincie zouden worden opgelegd, in een andere
beantwoordingsnota wordt het gezond houden (sic) van de
woningmarkt te hulp geroepen, in de gebiedsvisie
Voorhof-Zuidwest luidt het zelfs dat Delft met 95000
inwoners onmogelijk en met 102000 inwoners beslist
wél een vitale stad kan zijn (de loosheid van zulke
argumentatie werkt zeer op onze lachspieren) en in het geval
TU-noord betrekt men de positie dat het allemaal eigen
Delfts beleid is en dat de gemeente Delft geen kritiekloos
volger van ruimtelijk provinciaal- of regionaal beleid is.
Helaas, het kan niet allemaal tegelijk waar zijn. Hierbij raakt men overigens
ook nog in de knoop met het streefcijfer uit de nota Ruimte
voor stedelijk groen. Dat cijfer is 75 m2 per huishouden en
geldt voor het bebouwde gebied. Bij het bestemmingsplan
Voorhod-Zuidwest beweert het gemeentebestuur geërgerd
dat het geen eis is dat men er zich dus absoluut niet aan
hoeft te houden, en nu ineens is er een rekenwonder in eigen
rijen opgedoken die op liefst 77 m2 per huishouden komt,
hetzelfde rekenwonder waarschijnlijk dat de Stadskrant liet
optekenen dat het zelfs om 77 m2 per PERSOON zou gaan. Het
zou misschien toch niet zo kwaad zijn dat het bestuur eens
kennisneemt van de inhoud van de nota - alle briljante
zelfstandig gevormde beleid ten spijt - en op p. 36 en 37
dan ook de juiste betekenis te ontdekken van het jargonwoord
"kwaliteitsimpuls". In Delft is dat gaan betekenen "bouwen
waar het nu nog groen is", in de nota ruimte betekent het
een versterking van het resterende groen als compensatie
voor geleden groenverliezen. De inkt van de Delftse
nota's over bomenbeleid en ecologie was in 2004 nauwelijks
opgedroogd of de kapplannen en het opruimen van struweel
duikelden nog sneller dan voorheen over elkaar heen. De
ecologische accenten in het groenbeheer, toch al niet
bijster opvallend aanwezig in Delft, lijken wel melaats te
zijn verklaard. TU-noord heeft niet op het vaststellen van
het bestemmingsplan hoeven wachten om te zien wat,
procedures of niet, met het groen in de wijk kan gebeuren.
De rijke natuur in de Maerten Trompstraat was, zo heette het
in de kapvergunning, het beschermen niet waard want het
behoorde niet tot de ecologische hoofdstructuur, maar wie
daaruit de conclusie denkt te kunnen trekken dat groen dat
wél tot de ecologische hoofdstructuur behoort daarmee
dan tenminste nog beschermd is, moet maar eens de bouwplaats
aan de Zuidplantsoen gaan bekijken. Het lijkt wel of in Delft
alles moet wijken voor bouwplannen, ook datgene wat mooi en
waardevol is, en dus ook dat wat woonwijken mooi en
waardevol maakt. Delft werkt niet aan zijn toekomst, zo
lijkt het, Delft werkt met dit ontwerpbestemmingsplan aan
zijn afgang in TU-noord. Met vriendelijke
groeten, mede namens de Stichting
Commissie Natuur en Milieu, Jacques Schievink Initiatiefgroep Natuurbeheer
in Delft december
2006 secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 Delft, 4 december
2006 Geachte
gemeenteraad, Wij zijn u dank verschuldigd
voor de uitvoerige reactie op onze zienswijze ten aanzien
van het voorontwerp bestemmingsplan TU Noord. Toch kan het
aangepaste ontwerp ons allerminst bekoren. De hoofdpunten
van onze kritiek blijven staan. 1. Van de analytische kant
ervaren wij het als een groot gemis dat niet de moeite wordt
genomen om de plannen voor TU-Noord in samenhang te zien met
de ontwikkelingen die plaats vinden in de omliggende
stadsdelen of bestemmingsplangebieden, zoals het
zuidpoortgebied, de Delftse Poort met Ikea, TU-midden,
Schieweg en - buiten Delft - Emerald. Dat is nogal wat,
zeker als we het TNO-terrein en Technopolis er ook nog bij
nemen. Juist het feit dat in een kort tijdsbestek de Delftse
bestemmingsplannen worden vernieuwd maakt het des te
voor-de-hand-liggender en praktisch doenlijker de
wisselwerking van deze ontwikkelingen te schetsen en de
gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit van de bewoners en
gebruikers van deze gebieden in beeld te brengen. Men moet
deze integrale benadering bovendien niet zien als
hindernissen om de nogal vooropgezette plannen voor TU-noord
te dwarsbomen, maar juist als bron voor meer inzicht en
creativiteit. 2. De neiging om een
gebiedsplan in te enge context te zien stellen wij ook nog
eens vast voor deelgebieden van het TU-Noord
bestemmingsplan. Op tal van plaatsen in de beantwoording
immers wordt verwezen naar door de gemeenteraad vastgestelde
ontwikkelingsplannen, die als voldongen feiten in het
bestemmingsplan terecht komen. Dat is de wereld op zijn kop.
Hiermee wenst de gemeente kennelijk een toetsing van deze
deelplannen aan het groter geheel van het
bestemmingsplangebied, laat staan een nog grotere context,
te ontlopen. Dat is noch toelatings-. noch
ontwikkelingsplanologie, maar oogkleppenplanologie. De
planologische vrijstellingen die hieruit zijn
voortgesproten, zijn dan ook een aanfluiting voor het
openbaar bestuur omdat zij bewoners en andere belangen ermee
buiten spel zet. 3. De Nota van Inspraak en
Overleg is behalve buitengewoon omvangrijk en informatief,
wat de reacties van de financiële belanghebbenden
betreft ook zeer onthullend. Hoewel de gemeente op enkele
ondergeschikte punten niet meegaat met de verlangens van
deze partijen (TU Delft, DUWO, William Properties) komt uit
de gevoerde discussie scherp naar voren dat de gemeente zijn
oren te veel heeft laten hangen naar deze partijen. Zoals
trouwens ook al het geval was bij het Ontwikkelingsplan
Maerten Trompstraat/Mijnbouwstraat ten aanzien van het ROC
Mondriaan. De opmerkingen en vragen van
de TU Delft onthullen dat deze instelling alleen interesse
toont voor een maximalisering van de vastgoedopbrengst en
niet in de stedebouwkundige en/of leefomgevingskwaliteit.
Het is treurig te moeten vaststellen dat bij deze instelling
het management in handen is gekomen van juridisch en
financieel gepreoccupeerde mensen aan wie de fysieke
werkelijkheid volkomen voorbijgaat. In het inspraakverslag
verschijnt de TU Delft dan ook als een instelling met
onmaatschappelijk gedrag. Ook de inspraakbijdrage van
DUWO is zeer leerzaam. Men schrikt (zie bovenaan p. 120) van
de plantoelichting waar sprake is van de handhaving van de
groengebieden. Dat terwijl "DUWO bouwvolumes wil toevoegen
ten koste van het aanwezige groen." Dat is nog eens zaken
onomwonden op papier zetten! In het antwoord van de gemeente
is men vervolgens al even duidelijk: "bedoeld is dat het
uitgangspunt dat de aanwezige openbare ruimte, waaronder de
groengebieden en speelplekken gehandhaafd blijven voor het
hele plangebied TU-Noord, in het algemeen geldt. Voor
specifiek het noordelijk TU-gebied is er echter (conform het
ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied) voor gekozen om de
openbare ruimte een kwaliteitsimpuls te geven in plaats van
in te zetten op handhaving van de groengebieden." Hier is
maar al te duidelijk dat de gemeente zwicht voor ordinair
winstbejag, waarbij en passant een verhelderende definitie
wordt gegeven van wat nu eigenlijk het mystificerende begrip
"kwaliteitsimpuls" betekent: bouwen in de openbare ruimte
ten koste van het groen. De Raad van State zal hiervan
smullen! William Properties tenslotte
lijkt alleen geïnteresseerd in het parkeren van de
toekomstige bewoners van hun projecten en in het onttrekken
van groen aan de openbare ruimte. Van zulke buren worden de
bewoners van TU-Noord al evenmin veel wijzer, en de
stadsnatuur evenmin. 4. Bij het opstellen van het
bestemmingsplan zal een ruimtelijke reservering van de
"speeldernis" in het TU-Noord gebied, waar de gemeenteraad
in november 2006 unaniem om heeft gevraagd, moeten worden
opgenomen. Naar onze mening is het terrein aan de Maerten
Trompstraat daar bij uitstek geschikt voor en als zodanig
ook al in gebruik. De gemeente dient daartoe de plannen voor
inbreiding met woningen in te trekken en de middelen voor de
financiering van deze speeldernis vrij te maken uit
ecologiereserve en budget voor speelterreinen. 5. Ten aanzien van het
driehoekige groengebiedje aan de Julianalaan-west wordt
opgemerkt dat bebouwing van dit gebiedje op grond van de
Welstandsnota "niet verboden" is. Wij vinden dat een
merkwaardige benadering van de balans tussen groen en
bouwen. Het is o.i buiten kijf dat het terreintje groen
behoort te blijven. Ook al gelet op de norm voor stedelijk
groen in de Nota Ruimte (75 m2 per wooneenheid) kan de
gemeente het zich niet permitteren deze populaire groene
ruimte een bouwbestemming te geven. 6. Het voldoen aan de
diverse normen voor omgevingskwaliteit (m.n. de
luchtkwaliteit) spreidt de toelichting op het ontwerp
bestemmingsplan de neiging tentoon om op een zuinige manier
aan de normen te voldoen. Het kan niet de bedoeling van
normstellingen (grenswaarden) zijn om de gehele milieuruimte
te benutten. Het heeft bovendien het bezwaar dat als
ontwikkelingen m.b.t. bijvoorbeeld de verkeersintensiteit in
de nabije toekomst tot hogere milieubelasting leiden dan
modelmatig becijferd, de veiligheidsmarge meteen wordt
opgesoupeerd. 7. In plaats van het
verouderde beleid van streekplan en stadsgewestelijk
structuurplan als uitgangspunt te nemen, doet de gemeente
Delft er als kennisstad" goed aan de inzichten over
verdichting, recht op stedelijk groen, bevolkingskrimp uit
recente wetenschappelijke publicaties van o.a. de Raad voor
het Landelijk Gebied en het Ruimtelijk Planbureau ("Krimp en
Ruimte, bevolkingsafname, ruimtelijke gevolgen en beleid",
november 2006) in de stadsontwikkeling te laten doorwerken.
Het ruimtelijk beleid in m.n. de zuidvleugel van de Randstad
heeft economisch en landschappelijk al dermate kwalijke
gevolgen gehad dat het het bestuur van een kennisstad niet
past om blind voort te gaan op de uitzichtloze weg van de
zuidvleugel- en stadsgewestelijke plannen. Vertrouwend u van dienst te
zijn geweest, tekent. Met vriendelijke
groeten, mede namens de
Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, L.C. van Doorn secretariaat: Bizetstraat
23, 2625 AV Delft, tel. 015 2561141 Delft,
27 november 2005 College
van Burgemeester en Wethouders Geacht
college, In
ons commentaar op het voorontwerp bestemmingsplan TU Noord
beperken wij ons tot de tekst en illustraties van de
toelichting. Daarin poogt het gemeentebestuur immers te
onderbouwen wat dit plan behelst en waarom bepaalde keuzen
worden gemaakt. Verder maken wij u erop attent dat onze
organisaties de ontwikkelingen in het TU- en TUnoord-gebied
nauwgezet volgt. Blijken daarvan zijn de reactie op het
Ontwikkelingsplan Noordelijk TU-gebied (mei 2003), die op
het bestemmingsplan Technopolis, op het ontwerp Mekelpark
(2005) en het Ontwikkelingsplan Mijnbouwstraat/Maerten
Trompstraat (2005). In
die poging om het plan te onderbouwen zijn de opstellers
overigens maar matig geslaagd. Hoofdstuk 2 over de
"gebiedsvisie", een stukje van anderhalve bladzijde, bevat
al helemaal geen visie, maar bagatelliseert de veranderingen
als "slechts beperkt" (en dat terwijl er op p. 25 over
"grote kansen" wordt gesproken) en is niet meer dan een
opsomming van de veranderende bestemmingen. Er is zelfs geen
verwijzing te vinden naar belangrijke transformaties die
zich de afgelopen jaren in de nabijheid van het plangebied
hebben voltrokken en die in de afrondende fase zijn: de wijk
Emerald in Delfgauw en het Zuidpoortgebied. Heel wonderlijk
is dat - de gemeente vergroot de schaal van de
bestemmingsplangebieden drastisch, en vergeet vervolgens nog
over de grens te kijken. Technopolis wordt bijna terloops
genoemd, omdat die bedrijvenlocatie tot gevolg heeft dat er
een tram over de Michiel de Ruyterweg gaat rijden. Maar geen
woord, laat staan kwantificering, over de bevolkingstoename
in het gebied, de verkeersbewegingen en de gevolgen daarvan
voor de leefbaarheid en de stedelijke natuur. In onze
reactie op het Ontwikkelingsplan Noordelijk TU gebied gaven
we aan dat er kansen lagen voor de verbetering van groen en
natuur in het gebied, maar we lieten weten ook risico's te
zien bij te eenzijdige transformatie. Dat laatste overheerst
nu in onze reactie op dit rammelende voorontwerp. Geen
visie in het hoofdstuk over de gebiedsvisie dus, die staat
verspreid in hoofdstukken als die over Ruimtelijke opzet,
Functies, Milieu en Infrastructuur. De lezer moet zelf maar
proberen de leidende gedachten achter het plan bijeen bijeen
te sprokkelen. Al dat gesprokkel heeft bij ons de indruk
opgeleverd dat een consistente visie niet aan het plan ten
grondslag ligt; de uitwerkingen in het voorontwerp komen dan
ook volledig in de lucht te hangen. Na
deze algemene kritiek gaan we op enkele details
in. In
het hoofdstuk over de Ruimtelijke opzet wordt aangehaakt bij
het streekplan Zuid-Holland West uit 2003, dat het gebied de
ontwikkelingsrichting "dynamiseren" wil geven. Hiermee wordt
gedoeld op een ontwikkeling van een stedelijk milieu dat
"uitermate geschikt voor starters op de woningmarkt en
arbeidsmarkt" is (p. 17). Dat is nog eens een fris geluid,
want de woningmarkt en de ruimtelijke ordening worden nu al
een jaar of 15 geteisterd door ideologische prietpraat (en
dan niet alleen van projectontwikkelaars) over "bouwen voor
het hogere segment", doorstroming en scheefwonen. Wij
veerden op toen we dit lazen, maar moeten vervolgens
vaststellen dat het bestemmingsplan hier niets mee doet.
Zelfs de minister van VROM, mevrouw Dekker, is al van dit
scheve denken en dit scheve bouwen aan het afstappen, maar
de opstellers van het voorontwerp volharden nog in het
gevreesde jargon van kwaliteitsimpulsen, en in het geval van
de Maerten Trompstraat nog een hele riedel andere
clichés, zoals het "afronden van de ruimtelijke
structuur van de buurt", het bouwen onder particulier
opdrachtgeverschap (een eufemisme voor een
architect-investeerder) en de grote behoefte aan
grondgebonden woningen (ook aan SUV's lijkt een grote
behoefte te bestaan overigens). Onthullend voor de
woningmarktideologie in dit bestemmingsplan is een passage
op p. 24. We citeren: "Waar Koningsveld de buurt is met het
grootste aandeel koop- en eengezinswoningen in Delft, kennen
de achterliggende buurten een meer eenzijdige opbouw van de
voorraad met driekwart huurwoningen." Eenieder weet dat
Koningsveld een buurt is met alleen maar heel dure woningen,
maar die is - uiteraard - niet eenzijdig(!?). Naast
deze verkeerde visie op de volkshuisvesting zijn we er
evenmin gerust op dat het idee van de compacte stad bij het
gemeentebestuur in goede handen is. Dat concept dient
genuanceerd en voorzichtig te worden gehanteerd. Zuinig
ruimtegbruik in steden is van groot belang voor draagvlak
van allerlei voorzieningen, van winkel, openbaar vervoer,
cultuur en sport. Maar water, ecologie, veiligheid en
leefbaarheid stellen een ondergrens aan de dichtheid. De
Raad voor het Landelijk gebied oordeelt in zijn advies
"Recht op Groen" (juni 2005) dat het idee van de compacte
stad al te vaak ontaardt in een maximalisatie van de
verdichting en veegt daar kort en krachtig de vloer mee aan.
Wij vermoeden dat dit bestemmingsplan niet aan dit strenge
oordeel zou ontsnappen, want de herontwikkeling van alleen
de TU gebouwen zorgt al voor een forse toename van de
bewoning in het gebied. De "inbreidingen" voegen daar nog
een groot deel aan toe. Een
in onze ogen zwaar onderschat probleem van de te compacte
stad zijn de speelplaatsen. Ruige speelplaatsen voor
kinderen om te ravotten, boomhutten te bouwen, zijn er niet
meer, behalve
aan de Maerten Trompstraat. De
wetenschappelijk onderzoeker Jana Verboom heeft er in Trouw
(17-11-2005) een artikel over geschreven dat de
speelplaatsontwerpers en gemeentebestuurders, die doorgaans
aannemen dat Jantje Beton een normaal kind is, aan het
denken moet zetten. "De ruimte (voor natuur, JS) moet er
komen op school, maar zeker ook daarbuiten, in de directe
woonomgeving." (In het op 17 november door Vogelbescherming
gepresenteerde Actieplan Mus wordt als oorzaak voor de
achteruitgang van de mus aangegeven het verdwijnen van juist
zulke groenelementen.) De toelichting van het
bestemmingsplan meldt dat er in de Zeeheldenbuurt te weinig
speelplaatsen zijn, en schept dan ruimte daarvoor in de
toekomstige wijk op de plaats van Gele Scheikunde. Koop een
lapje grond daarvoor van Mondriaan, haasten we ons te
suggereren. De
toelichting op het bestemmingsplan schetst in de paragraaf
over de gewenste ontwikkeling dat de "aanwezige openbare
ruimte, waaronder de groengebieden en speelplekken, dienen
gehandhaafd te blijven. (
) moet met name de openbare
ruimte in het noordelijk TU-gebied een kwaliteitsimpuls
krijgen." Wat beleidsmakers toch steeds bedoelen met
kwaliteitsimpuls is velen een raadsel, zij moesten maar eens
een cursus Nederlands volgen, menen wij. Dat men dan toch
groen aan de Maerten Tromspstraat, aan de botanische tuin en
aan het Zuidplantsoen wil opofferen, geeft aan hoe groot de
kloof is tussen de papieren uitgangspunten van het plan en
de invulling in het voorontwerp. Bij
het bouwplan aan de Maerten Trompstraat zijn er nog enkele
andere aspecten die ons niet aanstaan. Het bouwplan voor de
onsmakelijke grote woningen lijkt wel een afgeleide te zijn
van de vastgoedoperaties die het bestuur van Mondriaan ROC
heeft opgezet. Zij hebben liever Euro's dan vierkante meters
op hun bankrekening staan. De gemeente heeft zich bij dit
plan laten verleiden zijn beleid op het gebied van wonen,
ruimtelijke ordening en ecologie te laten compromitteren. De
toelichting is daar nog vrij openhartig over: "de
continuering van de onderwijsfunctie van het gebouw is een
uitgangspunt", kennelijk belangrijker dat de
leefomgevingsaspecten. Nu het onderwijsgebouw recentelijk
ook nog eens in andere handen is overgegaan, staat ook dat
uitgangspunt overigens op losse schroeven. In
§ 6.1.1.4. wordt gemeld dat onderhoud aan de
watergangen regelmatig plaats heeft gevonden. Watergangen
als die aan de Kanaalweg vormen inderdaad een probleem,
omdat veel bladval in sloten en veel bagger tot
zuurstofloosheid leidt. We weerspreken de claim dat alle
watergangen adequaat zijn onderhouden; die aan de Prins
Bernhardlaan heeft nog slechts een diepgang van een
decimeter en is zeker in 20 jaar niet gebaggerd. Omdat deze
watergang belangrijk is in de waterstructuur en ook in de
ecologische structuur, kan deze situatie niet langer worden
geaccepteerd. Het
schepppen van meer oppervlaktewater in het gebied van het
bestemmingplan is gezien de bijzonder kleine
bergingscapaciteit zeer nodig. Deze nieuwe watergangen en
-partijen geven inderdaad kansen voor de stedelijke natuur
in het plangebied en het scheppen van fraaiere openbare
ruimten. Maar ook als de ruimte voor meer water gevonden kan
worden, zal een groot deel van de bergingsopgave moeten
worden verrekend met een overschot van het TU-Midden- en
TNO-gebied. De
nieuwe watergangen en ecologische verbindingen nabij het
Zuidplantsoen zijn positieve, maar vooralsnog virtuele
pluspunten. Het is de vraag op het opweegt tegen de
verliezen aan Botanische Tuin, Zuidplantsoen en Maerten
Trompstraat. Bij het opmaken van de balans moet bovendien
meegewogen worden dat de veel grotere bevolkingsdichtheid de
natuur onder grotere druk komt te staan. De ecologische
verbindingen ter weerszijden van het hoofdgebouw van de TU
zullen flinke verstoring ondervinden, en ook de nieuwe
woonlocaties rond de Botanische Tuin zullen het ecologisch
functioneren onder druk zetten, een Botanische Tuin
overigens die niet meer vrij toegankelijk is. De
onderbouwing van de grote verdichtingsoperatie die met dit
bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is in veel opzichten
clichématig en ondeugdelijk. Dat is o.i. al voldoende
reden om het hele plan in te trekken en een nieuwe discussie
over uitgangspunten op te zetten. Wat daarbij zeker ook
nodig is, is het uitvoeren van studies naar de toekomstige
omgevingskwaliteit, de effecten van de intensiveringen in
aangrenzende gebieden en de effecten van de verdichting op
de natuur. Tegen
de bouwplannen aan de Botanische Tuin, Zuidplantsoen en
Maerten Trompstraat maken wij ernstige bezwaren. Zij zijn
bovendien niet nodig om de gewenste transformaties in het
gebied tot stand te brengen. Als die transformaties zijn
voltooid en op hun effecten kunnen worden beoordeeld, kan de
gemeente altijd nog tot fijnregelingen van het
bestemmingsplan besluiten die een verantwoorde balans tussen
wonen, werken en natuur tot stand kunnen helpen
brengen. Met
vriendelijke groeten, mede
namens de Initiatiefgroep Natuurbeheer in Delft, L.C. van Doorn
Brief
aan de leden van de gemeenteraad over het ontwerp
bestemmingsplan TU -Noord: de 4 hoofdzaken
1. De gemeente mist
democratische legitimatie
2. Het bestemmingsplan doet
geen poging tot analyse en vormt daardoor een intellectuele
wanprestatie
3. Het gemeentebestuur mist
visie op de stad
4. De gemeente misbruikt
zijn eigen beleidsnota's
Betreft:
Bedenkingen op ontwerp bestemmingsplan TU-Noord
Stichting
Commissie Natuur en Milieu Delft
zienswijze
op het voorontwerp bestemmingsplan TU Noord
november
2005
Stichting
Commissie Natuur en Milieu Delft
Gemeente Delft
Postbus 78
2600 ME DelftDe visie
Ruimtelijke
opzet
Functies
Milieu: water
Milieu:
ecologie
Slot